1. Waarom ben ik hier? Harrie Bielders

Zeven vragen over het leven

1. Waarom ben ik hier?

Mijn belangrijkste vraag over dit leven is: Waarom ben ik hier? Het is de vraag naar de zin van mijn leven. In de catechismus van de christelijke kerken wordt gevraagd: ‘Waartoe zijn wij op aarde?’. Het antwoord dat we op de lagere school van buiten moesten leren, luidt: ‘We zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn’. Ik heb me afgevraagd waarom ik hier niets mee kan en ik heb ontdekt dat het de sfeer van het geloof oproept waarin ik ben opgegroeid, de sfeer van: als je je best doet, word je beloond en als je stout bent, word je gestraft. Het ademt voor mij de sfeer van moeten, van macht, van een onzichtbaar iemand die je straft als je iets niet doet of niet goed doet.

 

Mijn puberteit speelde zich af in de jaren zestig en de geest van die tijd deed me voelen dat macht niets goeds voortbrengt en doorgaans alleen wordt gebruikt om iemand zijn wil op te leggen. Ik had en heb een natuurlijke afkeer van gezag dat macht uitoefent. Dreigen met hel en verdoemenis was voor mij niet de sfeer waarin ik me open en creatief kon ontplooien, mezelf en de wereld kon en wilde verkennen. Ik vraag me af waarom we aanvankelijk blij zijn met elke nieuwe beweging en elk nieuw woord van een kind, blij zijn met de eerste stapjes die het zet en het na iedere valpartij weer aanmoedigen om het weer opnieuw te proberen en waarom we op een gegeven moment alles wat afwijkt van ‘hoe het moet’ of ‘hoe het hoort’ menen te moeten bekritiseren en te bestraffen. Kinderen dragen nog de sfeer bij zich van waar ze vandaan komen, een wereld waar dingen mogen en kunnen zonder oordeel, waar de levenskracht van groei en ontwikkeling alle ruimte heeft, zoals de levenskracht van de lente de natuur doet ontluiken. En die mooie sfeer stralen kleine kinderen uit en ik word er iedere keer weer door bevangen. Het herinnert me aan mijn eigen versluierde zijn.

 

Omdat ‘de katholieke periode’ mij geen bevredigende antwoorden gaf op mijn vragen naar zingeving, ben ik boeken gaan lezen over andere godsdiensten en levensbeschouwingen en ben ik op zoek gegaan naar de visies van mensen die open en vrij het leven hebben bevraagd en zich hebben opengesteld voor antwoorden die buiten de gangbare denkkaders liggen. Langzaam zijn er antwoorden gekomen die me vanuit mijn verlangen naar waarheid aanspraken. Vaak voelde ik dan: Ja, zo is het! In de diepte van ons wezen ligt alle waarheid verborgen in een soort mist. Die waarheid kan worden aangeraakt en daardoor ervaren worden. Dit proces kunnen we herkennen in een situatie waarin we gebeurtenissen uit het verleden vergeten zijn en deze door verhalen of foto’s uit de mist van het vergeten naar voren komen en weer helder worden.

 

Het antwoord op de vraag waarom ik hier ben, wordt mede bepaald door het antwoord op de vraag naar mijn oorsprong. Ik ben van mening dat we allemaal dezelfde oorsprong hebben, net zoals alles om ons heen. Ik ben zoals alles en iedereen een schepping van de Schepper.

Ik vind het moeilijk om me bij de Schepper geen persoon voor te stellen omdat ik een materieel wezen ben en me moeilijk niet materiële dingen kan voorstellen. En toch ervaar ik in toenemende mate de Schepper niet meer als een persoon maar als een enorme positieve energie, de oerenergie waaruit alles voorkomt en die een en al bewustzijn en een en al Liefde is. En vanuit deze Liefde ontstaat alles, zoals vanuit het gevoel van liefde voor iemand mooie gevoelens, woorden en daden ontstaan die vol van liefde zijn. Liefde geeft en deelt uit. Dus in wezen ben ik vol van liefde. Ik ben een vonk van liefde en ben geschapen om dat in volheid te worden. Al wat er is, is geschapen om te groeien en zich te ontwikkelen tot volheid, tot zijn perfectie, tot het uiterste van zijn perfectie.

Zoals de energie waaruit ik geboren ben onstoffelijk is, zo ben ik in het diepst van mijn wezen onstoffelijk. Ik ben geschapen als een spiritueel wezen. Voordat ik als mens werd geboren was ik er al. Het geboren worden als mens was het proces van incarnatie van het spirituele wezen in materie. Mijn diepste wezen verbond zich met materie. Daarom ben ik niet mijn lichaam, maar heb ik een lichaam. Mijn lichaam is de tijdelijke jas die ik heb aangetrokken en die ik ook weer uit zal doen als ik doodga. Ikzelf als spiritueel wezen zal er altijd zijn met alles wat ik heb ervaren.

 

Om antwoord te kunnen geven op mijn vraag waarom ik hier ben, moet ik me eveneens de vraag stellen waarom ik als spiritueel wezen ben geïncarneerd in een lichaam. Ik heb ontdekt dat de essentie van leven groei en ontwikkeling is. Als groei en ontwikkeling stopt, is er de dood. Mijn lichaam verandert elke dag, cellen splitsen zich, sterven af en worden vernieuwd. Zelfs het heelal groeit voordurend, het dijt uit zoals onlangs is ontdekt. Alles wat is geschapen leeft, groeit en ontwikkelt zich.

Geschapen als mens ben ik dus niet af. Geschapen als spiritueel wezen evenmin. In beide hoedanigheden ben ik geschapen om te groeien en me te ontwikkelen. We kunnen om ons heen dit proces heel goed zien. Een kind dat wordt geboren groeit en ontwikkelt zich in alles, in zijn bewegingen, in zijn spraak, zien en horen, in al zijn gewaarwordingen, in zijn denken, voelen, doen, inzicht en in zijn bewustzijn.

 

In het proces van groei en ontwikkeling speelt bewustzijn een belangrijke rol. Groei en ontwikkeling houden per essentie in dat dingen veranderen en veranderingen vind ik soms moeilijk. Veranderingen roepen vaak gevoelens van onveiligheid bij me op en veiligheid is een basisbehoefte. Ik kan met veranderingen meegaan als ik me ervan bewust word, als ik inzie dat het perspectief van die veranderingen positief is of dat veranderingen onvermijdelijk zijn. Me bewust worden van wie ik ben, hoe ik handel, hoe ik denk en voel, is een voorwaarde om mijn denken, voelen en handelen te kunnen veranderen. Als ik me niet bewust ben, niet inzie dat ik niet goed naar anderen luister, kan ik dat ook niet veranderen. Daarom is het belangrijk dat anderen mij daarop opmerkzaam maken. Ik heb anderen nodig om te groeien door echt samen te leven, door verantwoording te nemen voor elkaars groei en ontwikkeling. Bewustzijn speelt hierin niet alleen een belangrijke rol, maar ik zie ook steeds duidelijker dat het een van de belangrijkste doelen van mijn leven is: groeien naar volledig bewustzijn. Ik kan me alleen bewust worden van alles door alles te ervaren, diep te doorvoelen en daarom ben ik hier.

Hier op aarde kan ik ervaren, alles tegenkomen, beleven, voelen en doorvoelen. Ik kan niet weten wat boven is, als ik niet heb ervaren wat beneden is. Hetzelfde geldt voor hoog en laag, groot en klein, goed en kwaad, verbonden en alleen, ver weg en dichtbij, hier en daar, koud en warm, liefdeloos en liefdevol. Zo kan ik alleen ontdekken wie ik als spiritueel wezen ben, niet gebonden aan materie, als ik heb ervaren wat het is om als spiritueel wezen gevangen te zijn in materie. Het is de ervaring van gebonden en vrij zijn, van beperkt en onbeperkt. Daarvoor ben ik op deze aarde gekomen en heb ik een jas van materie aangetrokken met alle beperkingen en mogelijkheden die dit met zich meebrengt.

Echt weten, me bewust zijn van iets, bestaat altijd in relatie tot het weten van het tegenovergestelde. Het echt kunnen genieten en doorvoelen van wat blij zijn is, vraagt om een ervaring van momenten dat ik het tegendeel voelde. Blij zijn bestaat niet zonder niet-blij-zijn of verdrietig zijn.

 

Ook denk ik dat ik hier ben om te leren hoe ik kan groeien en me kan ontwikkelen. Mezelf ontwikkelen gaat niet zo maar. Voor het ontwikkelen van de benodigde kwaliteiten ervaar ik dit leven als een geweldige leerschool. Groeien en me ontwikkelen van kind tot volwassenen, van potentie tot kennen, kunnen en tot doen. Leren hoe ik kan groeien en me ontwikkelen is het ontwikkelen van echte levenskunst voor hier en nu, voor later en altijd, want mijn groei- en ontwikkelingsproces zal eeuwig duren.

 

In het proces van de groei en ontwikkeling van mij als spiritueel wezen doorloop ik hetzelfde proces als dat van een pasgeboren kind. Ik ben op ontdekkingsreis gegaan en al doende ervaar en leer ik, ontwikkel ik mijn vermogens en word ik me stapje voor stapje bewust van mezelf, van wie ik ben, van wat ik wel en niet wil en kan, van waar ik goed in ben en waar ik niet goed in ben, van wat ik leuk vind en niet leuk vind, wat voor mij gelukkig en ongelukkig zijn is, wat gezond en ongezond zijn is, wat het is om me eenzaam en verbonden te voelen, wat voor mij liefde is en wat egoïsme, wat aards en spiritueel is, wat voor mij zinvol en zinloos is, enzovoort, enzovoort.

Ik ben dus hier op aarde gekomen om me door al mijn ervaringen bewust te worden van wat ik in het diepste van mijn wezen ben, een spiritueel wezen, om me als mens te ontwikkelen van een materieel iemand naar een bezield, spiritueel iemand en om te ontdekken wat mijn uiteindelijke bestemming is: volledig bewustzijn, vrijheid en liefde.

 

Ik verlang ernaar om dit proces in vrijheid te doorlopen, omdat ik in mijn diepste wezen vrij ben. Er leiden velen wegen naar Rome en elke weg is goed. Er is geen tijdslimiet, iedereen mag het op zijn eigen manier en tempo doen. Uiteindelijk komen we er allemaal. Er is vrijheid in de weg en het tempo, maar om bij de beeldspraak te blijven, we moeten en kunnen alleen naar Rome. Alles in ons is gericht om ons te ontwikkelen tot een volledig mens met een lichaam, met een verstand en met een ziel, als onderdeel van het ontwikkelingsproces tot een wezen vol van bewustzijn, vrijheid en liefde, omdat we hiertoe geschapen zijn. Een tulpenbol kan alleen bloeien als tulp omdat hij als tulp is geschapen. Een inspirerend levensmoto vind ik dan ook: ‘Doe als een tulp, ga uit je bol’.

 

In mijn opinie is er niemand hierboven die straft en beloont. Het proces beloont en straft zichzelf, ikzelf beloon en straf mezelf. Ik zal nu of later de gevolgen zien en ervaren van mijn eigen daden. Alles komt ooit bij mezelf terug, zowel het goede als het minder goede.

Er is niemand hierboven die straft en beloont, integendeel. Zonder dat we het misschien beseffen worden we omringd door liefde, zoals een kind wordt omringd door de liefde van zijn ouders. Liefdevolle ouders straffen niet als een kind valt terwijl het leert lopen of fietsen. Ze moedigen aan, helpen en geven goede raad. En liefdevol houdt voor mij niet in dat er geen sprake kan zijn van strengheid en confrontatie. Het gaat om de intentie die erachter schuilgaat. Groei en ontwikkeling gaan gepaard met vallen en opstaan, met het ervaren van alle tegenstellingen, zoals van goed en kwaad en van geluk en verdriet. Kwaad en verdriet wil ik liever niet tegenkomen, maar als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik heel veel heb geleerd en leer van moeilijke, vervelende en verdrietige situaties. Vervelende dingen in ons leven zijn er blijkbaar niet om ons te pesten of te straffen maar om ons te kans te geven eraan te groeien. Ik besef in toenemende mate dat alles, vervelende en mooie ervaringen, kansen zijn om me te ontwikkelen, om te komen tot volledig bewustzijn.

 

Ondanks het feit dat het antwoord op de vraag uit de catechismus ‘Waartoe zijn wij op aarde?’ me niet aanspreekt, blijft een deel van het antwoord in mijn hoofd rondzingen: ‘… om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn’. Ouders willen dat hun kinderen gelukkig zijn, dus wil onze Schepper ook dat wij gelukkig zijn. We kennen allemaal het gevoel van geluk, het is iets geweldigs en omdat het zo geweldig is, streven we er voordurend naar. Maar we zijn niet altijd gelukkig. Als ik voor mezelf naga wanneer ik gelukkig ben, is dat altijd het gevolg van iets wat ‘goed’ voelt. Ik heb iets gerealiseerd wat ik wilde realiseren of er is iets waar ik echt van houd, wat me diep raakt, me dierbaar is. Het kan zijn dat een belangrijke klus of studie is afgerond, dat ik na een koude winter de zon warm op mijn rug voel schijnen en dat de tulpen die ik in het najaar heb geplant in het voorjaar uitkomen, dat ik naar mijn partner kijk en besef hoe veel ik van haar houd, dat ik een mooi muziekstuk hoor of dat ik in een boek of tijdschrift iets lees wat me diep raakt, dat plots een prachtig landschap voor me opdoemt, dat ik een gesprek voer waarin ik me gekend en verbonden voel of dat herinneringen worden opgeroepen aan momenten in het verleden die vanwege hun kwaliteit in mijn geheugen staan gegrift. Het zijn momenten waarop alles goed voelt. Even staat alles stil en ben ik vol van geluksbesef.

Diep in me weet ik wat goed en mooi is, weet ik wat geluk is. Het is de versluierde herinnering aan de sfeer waar ik vandaan kom. Op het moment dat ik me gelukkig voel, wordt die sfeer herkend, aangeraakt, opgeroepen. Geluk is voor mij het herkennen van iets van eeuwigheid.

Het woord eeuwigheid schrijf ik gemakkelijk op, terwijl ik me maar moeilijk kan voorstellen wat het eigenlijk inhoudt omdat ik ben geboren in een wereld waarin er ‘tijd’ is. Hoewel ik me tijdloosheid maar moeilijk kan voorstellen, kan ik er soms iets van voelen als ik bijvoorbeeld ergens intensief mee bezig ben en ik de tijd letterlijk en figuurlijk vergeet. Hierbij past wat ik ergens las: ‘Eeuwigheid is het NU dat niet voorbijgaat’.

 

Echt gelukkig zijn ligt in geluksmomenten. Die momenten van geluk zijn er opeens. Ik kan ze niet echt plannen, ik krijg ze. Ze vallen me toe terwijl ik gewoon doe wat ik vind dat ik moet doen, mijn werk, het onderhouden van mijn contacten, het uitoefenen van hobby’s, het realiseren van mijn dromen. Ik heb door schade en schande ontdekt dat geluk zich niet laat dwingen. Het is een kunst om het leven zijn gang te laten gaan, om erop te vertrouwen dat het zaad dat ik heb gezaaid ontkiemt, om tijdens een wandeling te genieten van de omgeving zonder alsmaar te kijken of ik nog niet bij het einddoel ben aangekomen. Geluksmomenten zijn er onverwachts en vragen van me dat ik me wil en kan laten verrassen. Geluk vraagt om openstaan voor geluk en dat is iets anders dan het najagen. Als ik groei en me ontwikkel, zal ik geluk vanzelf tegenkomen, want groei en ontwikkeling leidt altijd tot iets moois, de realisering van mezelf en anderen.

 

De vraag die ik met stelde aan het begin van dit hoofdstuk was de vraag: Waarom ben ik hier? Ik heb ontdekt dat ik hier op aarde gekomen ben om me door al mijn ervaringen bewust te worden van wat ik in het diepste van mijn wezen ben, een spiritueel wezen, om me als mens te ontwikkelen van een materieel iemand naar een bezield, spiritueel iemand en om te ontdekken wat mijn uiteindelijke bestemming is: volledig bewustzijn, vrijheid en liefde.

 

 

© oktober 2013, Harrie Bielders

Champlin Frankrijk

Auteur

Harrie Bielders (1943)

18 december 2012 ben ik aan mijn zeventigste levensjaar begonnen. Alle illusies over nog niet oud zijn nu definitief voorbij, alsook de tijd van de overgang van werken naar niet werken. Ik heb het gevoel een bepaalde fase afgesloten te hebben en me te gaan richten op een andere, een totaal andere. Het is een periode van stilstaan en van achterom én vooruit kijken. Wat was dat allemaal en wat zal er zijn? Gedreven door een voortdurende nieuwsgierigheid naar hoe het leven in elkaar steekt, zoek ik rond mijn 70ste naar antwoorden op 7 belangrijke levensvragen.

De 7 vragen en antwoorden zijn vastgelegd in 7 verhalen, die als aparte verhalen op deze website zijn te vinden onder de naam van de auteur Harrie Bielders, met als hoofdtitel ‘Zeven vragen over het leven’ en met als subtitel een van de 7 vragen die in dat verhaal aan de orde wordt gesteld.

 

 

  1. Waarom ben ik hier?
  2. Wat en wie bepaalt mijn leven?
  3. Wie en wat ben ik eigenlijk?
  4. Ligt er een bepaald stappenplan aan mijn leven ten grondslag?
  5. Hoe kom ik in contact met mijn diepste wensen en dromen?
  6. Wat is liefde eigenlijk?
  7. Wat is er na dit leven?

U kunt het complete verhaal ook in één keer downloaden (21 pagina's)

Eerder verschenen in boekvorm.