Kippenvel met tranen- Marc van der Hijden

Kippenvel met tranen

Ben je erg gelovig? Ik niet en dat heeft zo zijn redenen. Vroeger moest het, het leek op een bevel: ’Gij zult geloven’. Ik was zelfs lid van een knapenkoor in de katholieke tijd en ook ooit misdienaar, het hulpje van de pastoor bij de eucharistieviering. Ik herinner mij nog het zware boek dat ik om een of andere zinloze reden, halverwege de mis van de ene kant van het altaar naar de andere kant moest sjouwen. Oppakken en plechtig achteruit de trapjes af en aan de andere kant weer omhoog. Het was een opengeslagen, oud, dik boekwerk en de letters verspreidden de geur van rozijnen. Bij het knapenkoor droegen we een vilten rode toog. Ik kan mij niet herinneren dat die dingen ooit gewassen werden, dus ook die geur was, eh.. laten we zeggen: authentiek. Daaroverheen een helderwitte bloes-achtige jurk, een superplie heette dat. Dan mocht je naast het altaar staan (ja, ja, dicht bij god) en zong je braaf mee met de gregoriaanse liederen, met teksten in het Latijn, waarvan je geen idee had wat het allemaal betekende. Sommige teksten kan ik vandaag nog uit mijn hoofd meezingen en wat het betekent weet ik nog steeds niet. Wekelijks werd er na schooltijd geoefend en dat stoorde mij behoorlijk, ik wilde immers naar buiten en niet langer dan nodig in een klaslokaal verblijven. Ik was geen fan van de school. De dirigent was een brave meneer die druk zwaaiend met zijn armen onze zangkwaliteit probeerde op te vijzelen. Hij had een kaal hoofd met aan de beide zijkanten een bos haar, ongeveer zoals een pater er uit kan zien. We noemden hem Chita, al weet ik echt niet meer waarom. Tijdens een van deze naschoolse repetities beet de dirigent ons in een boze bui toe: 'Jullie zingen niet voor jezelf, maar jullie zingen voor de ménsen!' Waarop ik mij liet ontvallen: 'Arme mensen!' Met een heuse schop onder mijn kont mocht ik het koor verlaten. Blij toe.

 

Tot zover ging mijn kerkelijke carrière. Ik geloof dus niet meer, in god noch gebod, maar ik vraag mij wel dingen af. Bijvoorbeeld: hoe zou het zijn aan de andere kant? Het is een vraag die ons allemaal op gezette tijden bezighoudt. Tenminste, ikzelf denk er veel over na. Hoe zou het zijn na de dood? Niet dat ik plannen heb in die richting, maar wanneer je het een en ander op dat gebied hebt beleefd, dan ga je er onwillekeurig vaker over nadenken. Hoe zou het zijn? We maken de dood nu alleen maar van de goede kant mee. Hoewel we dát zelfs niet zeker weten. Sterker nog, we hopen soms van niet: ’hierna wordt het beter’. Eenzaam is het wel wanneer je hier vertrekt, zoveel is zeker. Ineens sta je er helemaal alleen voor en moet je alles wat je hier hebt achterlaten. Geliefden zoals partner, kinderen, vrienden, familie: alles. Het klinkt cru, maar die mensen zijn op dat moment niet meer zo interessant voor je. Ze blijven immers achter aan de goede kant, de levenskant, de kant waar jij graag langer was gebleven. 'Ik hou van je’ zei ik ooit tegen een vriend die stervende was. Hij boog zich naar mij toe en schreeuwde met zijn laatste oerkracht: 'Ja maar ík wil leven godverdomme!’

 

Zo is het dus wanneer je sterft en dat niet wilt, omdat je daar nog niet aan toe bent. Niets is meer interessant, zelfs liefde en vriendschap niet: de mens wil overleven. Mooi is het wel om te weten dat bezit dan op de aller- aller-laatste plaats staat, je denkt er zelfs geen moment meer aan. Geld en mooie spullen: nietig. Dat terwijl je om je heen ziet dat mensen hun leven lang ploeteren om die mooie spullen te vergaren. Ze verpanden hun hart en eerbaarheid voor ‘het slijk der aarde’.

 

Maar wie ben je dan nog, wanneer je er niet meer bent? Het leven is een grote zoektocht naar je eigen identiteit. Je bent ooit toegetreden tot een werkkring puur op economische gronden, er moest immers ’brood op de plank’. Maar later zie je pas dat het zeker ook is omdat je daar iemand bent: een gewaardeerd collega met een ’belangrijke taak'. Al is die taak niet meer dan een rol in het productieproces. Maar ook daar is men, bij jouw vertrek, na een week of twee vergeten wie je was als persoon, als individu, als mens. Wat maakte jou ook alweer uniek? Politici wanen zich belangrijke personen, die kunnen immers veranderingen teweeg brengen. Toch geldt voor hen hetzelfde: wie kent ze nog na hun dood? Waren ze écht zo betrouwbaar en oprecht? Meteen slaat de twijfel toe. Nog binnen dezelfde generatie is men ze kwijt, vergeten.

 

Maken we dan een nieuwe start? Hele boeken zijn erover geschreven en toch weet niemand écht hoe het zit. We verlangen ernaar om meer te weten, zo zeer dat er mensen zijn die daar weer dankbaar gebruik van maken. Door oncontroleerbare ‘contacten met de overleden dierbaren’ kun je immers zeggen wat je maar wilt, we nemen het graag van je aan, omdat íets horen altijd beter is dan niets, nietwaar? Daar betalen we dan ook nog voor. Helaas hoort volksverlakkerij en zwendel bij ons mensen. Hele wereldkerken zijn erop gebouwd. Waartoe zijn wij op aarde? Om in de hemel te komen? Dat leerden ze ons vroeger op de katholieke scholen. Wat is dat dan, waar ligt die hemel? Kan ik daar eens een kijkje gaan nemen? Stuur eens wat plaatjes. Nee dus.

 

Met respect: ik veroordeel het niet hoor, als mensen daarin oprecht geloven vind ik het prima. Oprecht wil zeggen zonder bijbedoelingen en zonder belang. ‘Erbij’ willen horen of geaccepteerd worden in bepaalde kringen, dat zijn van die gruwelijkheden, dat vind ik onecht. Wanneer je gelooft en jou dat houvast geeft om de diepe dalen van het leven te doorstaan, goed voor je: respect. Bij mij wil het er niet in dat die ‘hogere machten’ besluiten om mensenkinderen te laten sterven. Ik geloof in god noch profeet, die ons dicteert en zegt: ‘Gij zult uw broeder doden, want die gelooft niet in mij, maar in een ander godspersoon.’ Zoiets kan toch niet waar zijn? Nee geloof, dat is het niet voor mij.

 

Wat maakt het leven dan nog zinvol, wat is het doel van ons bestaan? Veel kunstenaars hebben het volgens mij begrepen. Die maken met passie mooie dingen, gewoon om het mooie, en kleuren daar de wereld mee. Ik herinner mij een journalist die aan Herman Brood1 vroeg: 'Wat doe je eigenlijk in het leven?’ Hij antwoordde: 'Ik verzamel mooie momenten’. Daar zit iets in: van mooie momenten moet je het hebben, momenten die je roeren, die emotie, passie en liefde inhouden. Dat is soms groot en soms héél klein.

 

Je kinderen en kleinkinderen zien opgroeien tot zelfstandige individuen, die gelukkig zijn en mooie plannen maken voor hun toekomst. Dat is genieten, een droom van iedere ouder. Maar ook een kunstvoorwerp, een schilderij dat je raakt, een mooi concert of muziekstuk. En wat te denken van een ontmoeting, een leuk gesprek met iemand waar je van kunt houden? Allemaal memorabele dingen die je kunt aanstrepen op je ‘mooie-momenten-lijst’. Natuurlijk zal een mens steeds hoop hebben. Hoop op een goede afloop, hoop op een mooie tijd, hoop op beterschap, maar hoop is niet beïnvloedbaar. Het is een verwachting dat mooie dingen je zullen toevallen, als een lot uit de loterij: hopen op een minuscule kans dat het zal uitkomen, dat het goed zal gaan.

 

Bij liefde is dat anders. Liefde kun je beïnvloeden, daar draag je zelf aan bij. Je hebt zelf een rol in de liefde die je voelt voor een persoon. Je eigen gedrag kun je immers beïnvloeden, aanpassen, en wat je uitstraalt krijg je terug. Liefdevol gedrag is openstaan voor de andere personen om je heen, als het even kan zonder vooroordelen en zonder verwachtingen. Dat is moeilijk, maar mogelijk. Personen toelaten in jouw wereld, in jouw individuele gedachtengoed en hen de ruimte geven daar zelf iets mee te doen of iets van te vinden. Gelukkig is er nog veel liefde in onze wereld (soms klein en soms héél groot). Mensen die zich écht belangeloos willen inzetten voor de medemens. Hun leven in de waagschaal werpen om een ander te redden. Die zijn er nog, dat is groot. ‘Had ik daar wat meer van’ denk ik dan.

 

Kortom, ik geloof dus niet in god en niet in geesten of iets dergelijks. Leven na de dood? Volgens mij bestaat dat niet, tenminste...

 

Het stukje dat nu volgt zou ik zeker niet geloven, noch serieus nemen, ware het niet dat ik het zelf beleefd heb en er een aantal heel serieuze mensen getuige van waren. De herinnering staat in meerdere geheugens gegrift. Goed om het op te schrijven dus.

 

Wat gebeurde er precies?

 

Mijn oudste zoon Freek is op 4 december 2006, op 24 jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van acute lymfatische leukemie. Over het verdriet dat dit met zich meebrengt hoef ik het niet te hebben, ondraaglijk, maar het is werkelijk en je moet er dus mee verder. Op 9 december zou hij begraven worden op de natuurbegraafplaats Bergerbos in St. Odiliënberg, niet zo ver van zijn geboortegrond. Omdat ik de eerste ben die hem gezien heeft toen hij ter wereld kwam wilde ik ook de laatste zijn die afscheid kon nemen van mijn manneke: zelf de kist sluiten, dat leek mij een plechtig moment. Ik toog dus in alle vroegte naar Ransdaal, waar hij in huis bij zijn moeder opgebaard lag en iedereen afscheid van hem had kunnen nemen.

 

Nu moet je weten dat Freek zijn werk had gemaakt van de muziek en dan vooral de techniek die daarbij kwam kijken. Hij had een eigen bedrijfje dat hij FreekProAudio noemde. Gedurende de ontelbare uren die hij in het ziekenhuis heeft doorgebracht hebben we het daar veel over gehad. Eindeloos bladeren in muziektijdschriften en dromen van mooie gitaren en apparatuur. Onze harten smolten samen in de liefde voor de popmuziek. Hij kon op zijn eigen manier luisteren naar die muziek en hoorde dingen waar ik mij tot dan toe niet bewust van was. Zo hadden we gezamenlijk de bewondering ontwikkeld voor de muziek van Sting. 'Dat moet je eens met de koptelefoon beluisteren' zei hij 'dan valt je niets meer in'. Een van onze favoriete nummers was 'Fields of Gold'. Muzikaliteit en een prachtige tekst, in combinatie met technisch vernuft. We konden er samen op wegdromen in zijn, tegen infecties geïsoleerde kamer in het ziekenhuis. Muziek en techniek, dat was zijn leven.

 

Die ochtend van de 9e december scheen de zon en dat hielp mij. Ik was namelijk onderweg naar mijn droevige taak, de meest droevige die je maar kunt bedenken voor een vader: het sluiten van de doodskist van je eigen zoon. Bij de gemeentegrens waar het gehucht toe behoort aangekomen, zette ik ietwat achteloos de autoradio aan, L1 de Limburgse radiozender. Direct hoor ik Sting zingen: ‘You'll remember me, when the west wind moves, among the fields of barley...’ het nummer Fields of Gold. Bizar, heftig en mooi tegelijkertijd: kippenvel met tranen, het mooiste begin van de zwartste dag.

 

Daags voor zijn overlijden had ik een apparaatje in onze meterkast geïnstalleerd omdat we af en toe de deurbel niet goed konden horen in huis. Je krijgt daar dan twee extra bellen bij die je overal in huis in het stopcontact kunt steken. De bellen worden geactiveerd wanneer er iemand aanbelt, dus dat zou zeker helpen. De avond na de begrafenis gebeurde er echter iets waar ik geen verklaring voor kan vinden. De bel ging: 'ding-dong, ding-dong' op meerdere plaatsen in het huis. Ik ging meteen naar de voordeur: niemand. 'Belletje trekken' dacht ik, dus maar weer naar binnen. Toen ging het echter door: 'ding-dong, ding-dong, ding-dong, ding-dong' zeer merkwaardig en onverklaarbaar. Het hield niet meer op: ‘dingdong, dingdong’. De enige technische verklaring die ik kon bedenken was dat iemand in de buurt zo'n zelfde apparaatje had aangeschaft en dat op dezelfde frequentie had ingesteld als die van ons. Omdat mijn vrouw er heel onrustig van werd heb ik de extra bellen uit het stopcontact gehaald en werd het stil.

 

De volgende avond kwamen vrienden uit Frankrijk op bezoek en het gesprek ging, hoe kon het anders, over onze Freek. Vanaf het moment dat we probeerden een ander onderwerp aan te snijden ging echter weer die deurbel. 'Ding-dong, ding-dong' het bleef maar doorgaan: 'ding-dong, ding-dong, ding-dong, ding-dong'. De Franse vrienden zijn nogal spiritueel ingesteld en zeiden meteen: 'dat is Freek, die wil laten horen dat hij bij je is'. 'Ding-dong, ding-dong, ding-dong'. Het hield niet op, totdat ik de bel-stekkers weer uit het stopcontact verwijderde. Wanneer iemand in de buurt zo'n zelfde bel had geïnstalleerd dan zou die dat zeker even uitproberen, maar toch niet de hele avond? Het blijft een raadsel.

 

De volgende dag besloot ik op onderzoek uit te gaan in de omgeving. Toch eens checken of iemand zo'n zelfde bel had aangeschaft. De buren, de overburen, niemand thuis. Twee deuren verder belde ik aan: ‘tring!’ 'Geen ding-dong’ dacht ik meteen. De buurman en zijn zoontje van een jaar of tien, deden open. 'Hallo, hoe is het nu met je, gaat het een beetje?' vroeg hij. 'Ik heb een vreemde vraag' zei ik 'hebben jullie toevallig zo'n draadloze bel aangeschaft die je in de meterkast moet monteren, met losse bellen voor in huis, zo'n ding-dong?' 'Nee' antwoordde hij ‘we hebben hier in huis geen ding-dong.’ Hij had het nog niet gezegd of vanuit de woonkamer klonk het heel hard ‘DING-DONG, DING-DONG, DING-DONG!' We schrokken er alle drie van en het zoontje zwaaide direct de deur naar de kamer open. Het was op de radio, een of ander spelletje. De deejay ging verder met zijn programma: 'En dan volgt nu een oude hit van Sting: Fields of Gold'.... !

 

Je zult begrijpen dat ik niet verder gezocht heb.

 

 

Mensen vragen mij weleens: ‘hoe is het wanneer je een kind moet missen, ik kan mij daar niets bij voorstellen’. Ik zeg dan meestal dat ze daar maar beter niet teveel over moeten nadenken. Ook nu nog, zoveel jaren later, wanneer ik ‘s nachts niet slapen kan, lig ik op mijn rug met mijn ogen dicht en hoor ik zijn stem naast me in mijn oor, die zachtjes roept zoals alleen een kind dat kan: ‘Papa...!’

 

 

 

© juni 2014, Marc van der Hijden

 

 

1 Herman Brood (1946-2001) - Nederlandse zanger, kunstschilder, pianist en acteur

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

 

Op 4 december 2006 overleed mijn oudste zoon Freek, aan de gevolgen van acute lymfatische leukemie.

 

Dit verhaal gaat over hem, over geloof, hoop en liefde, en over twijfels.

 

 

'Een aangrijpend verhaal. Ik zie het als een 'geloofsbrief van een ongelovige'. In een aantal opzichten voor mij zeer herkenbaar'

 

Herman Post, schrijver columnist en kunstschilder.

 

Freek van der Hijden

16 oktober 1982

4 december 2006

Sting - Fields of gold