Ochtend ode - Sylvia Evers

Ochtend ode

Zo lief de geluidjes die je maakt

Als de ochtend je roept

Draai nog eens naar mij om,

laken dat je schouder raakt

en frisgewassen kraakt

door de lege stilte heen

 

Zo lief de eerste blik

Die in de slaapkamerschemer

verschijnt en na een lange gaap

Weer achter je oogleden verdwijnt.

 

Zo ontzettend lief ben je

Met slaapkreukels in je gezicht

Met het haar in de verwildering

Ogen beetje halfopen

Andere helft nog naar binnengericht

 

Zo lief je linkerhand die dan

Na de donkere nacht

In eenzame slaap doorgebracht

de mijne zoekt

 

Zo lief als je armen in de lucht

Het ontwaakte lijf strekken

Lekkere blote buik naar voren

Wij beide slaken een diepe zucht

Onze dag is weer mooi begonnen

 

Zo lief, zo lief, zo lief

Zoveel lief heb ik je

Ik zoek je mond, je nek, je neus

Ik heb geen andere keus

Ik moet je gewoonweg zoenen

 

Zo lief, zo lief, zo lief

Zoveel lief heb ik je

Dat stevig wakker kussen

De enige mogelijkheid is

Om mijn nuchtere verstand te sussen

Dat ik je vannacht niet alleen maar gedroomd heb.

 

 

 

© Sylvia Evers 2015

Auteur

Sylvia Evers (1969)