Wei-genoot - Sylvia Evers

WEI-GENOOT

Het paard van de burgemeester is dood! Herman wist het ons te vertellen. Vanmorgen was zijn hondje er vandoor gegaan en toen hij het beestje ging zoeken, vroeg hij aan dorpelingen of ze hem gezien hadden. Ja, uiteraard, en hij was díe kant opgerend! Herman volgde het pad en trof hem luid blaffend bij een hek, waar dus dat dode paard lag. Een ezel stond erbij en schopte er een beetje tegenaan. Het mocht niet baten.

 

Ze hadden er wel wat stro opgelegd, zei Herman. En hij had er een foto van gemaakt (voor op Facebook). Daar was de overbuurvrouw niet blij mee geweest. Niet zozeer vanwege de foto, meer vanwege het dode dier, dat er zo noodlottig bij lag. Terwijl wij samen een wijntje dronken op het terras, klonk er uit de verte een stevig gebalk. ‘Tja’, zei Herman, ‘het is zijn wei-genoot’. Herman woont hier al een tijdje en heeft het een en ander meegemaakt in dit dorp. Hij wist ons dus ook te vertellen dat ezel en paard al enige tijd de stal en het gras deelden. Ze konden mekaar niet uitstaan; altijd treiteren en bijten naar elkaar. Intussen scheurde de burgemeester langs op zijn brommertje. We keken hem nog even na, tja.

 

De volgende ochtend in alle vroegte klonk door de mist heen, die over de velden was gevallen, wederom het gebalk van de ezel. Het geluid sneed door mijn dikke dekens en mijn hart. Oh, wat kan missen toch pijn doen. Op het moment dat je je aan iets of iemand irriteert is daar geen voorstelling van mogelijk. Dan wil je er alleen maar vanaf. Maar zodra die irritatie weg is, blijft enkel de leegte over. Zou het paard er nog steeds liggen?

 

Ik draaide me nog eens om in het gemoedelijke bedje en trok de dekens tot aan mijn neus. Hoe vaak is me dat niet overkomen in mijn eigen leven? Ik ging in gedachten de gangen na van mijn eigen levenswandel. Hoe vaak raakte ik niet verstrikt in relaties en patronen, waarbij ik alleen nog maar kon mopperen en zeuren. Of zelfs schelden en ook vooral terug irriteren? In het soort van oog om oog, tand om tand.

En dan, eenmaal de knoop doorgehakt, eenzaam en alleen gelaten voelend, de rouw doorstaan met veel gebalk! De herinnering aan pijn en schaamte kroop, vanaf het warme voeteneind omhoog tot aan mijn inmiddels dichtgeknepen keel. Tranen drongen door en ik slikte ze weg. Dit gevoel, wat deze ezel daar in de verte opriep, nu op dit moment, wat wilde mij dat vertellen?

 

Pure liefde ervaren is terug kunnen kijken op de fijne momenten en de connectie die er wel was? Wraak, wrok en onvrede begraven gelijk een dood paard? Ik had enige tijd nodig om mezelf los te maken van het verleden en terug te kunnen komen in het inmiddels beseffende, gemoedelijke bedje. Het kon er alleen maar beter op worden, was mijn conclusie tijdens deze mistige-ochtend-gedachten-dwaling hier op het Franse platteland.

 

In de verte hoorde ik het brommertje met de burgemeester erop al aankomen.

Zijn paard is dood.

Lang leve de ezel!

 

 

 

 

© 2015 Sylvia Evers

 

Auteur

Sylvia Evers (1969)