Mrs. Applebee - Marc van der Hijden

Mrs. Applebee

‘Lieve mevrouw Applebee, er moet mij iets van het hart, u heeft een verkeerde indruk van mij mevrouw Applebee. U vertelde Marie dat ze niet met mij kon gaan omdat u hoorde dat ik slecht was. Mevrouw Applebee, luister alstublieft naar mijn pleidooi. Weet u niet dat iedereen kan veranderen mevrouw Applebee? En voor Marie zou ik zelfs de zee overzwemmen. (…)’ Zo ongeveer luidde –vrij vertaald- de tekst van een hit van Philip Darryl Core uit Liverpool. Het nummer steeg in 1966 maar liefst tot de derde plaats in de Nederlandse top 40. Philip was een gesjeesde operazanger die door een passerend manager1 gebombardeerd werd tot popartiest. Bij een popartiest hoorde een artiestennaam en dat werd: David Garrick, dat bekt lekker en dat is goed voor de verkoop. Wanneer je nu, in 2015, de tekst van Mrs. Applebee leest denk je: jakkes, nog niet eens goed genoeg voor een smartlap. Gelijksoortige gevoelens bekruipen je wanneer je het nummer beluistert.

 

Toch was ik in die tijd, als veertienjarig manneke, er zeer van onder de indruk, zo zeer dat ik van mijn moeizaam gespaarde zakgeld deze plaat kocht als mijn eerste singletje. Een ‘singletje’ was een zwarte vinyl grammofoonplaat waarop eigenlijk maar één nummer stond, vandaar de naam ‘single’. Zo’n schijfje had echter ook een achterkant en daar werd dan een tweede nummer op geperst, meestal een nummer zonder enige hit-potentie. Dus een single bestond uit maar liefst twee nummers van dezelfde artiest! Je kon het schijfje afluisteren met behulp van een grammofoon (‘platenspeler’) die ingesteld stond op 45 toeren. Drie gulden2 vijfennegentig kostte zo’n plaatje. Je ging ervoor in Heerlen naar de platenwinkel van Vroom en Dreesmann die ‘De Discobar’ heette. Ter weging van het belang van deze aankoop: mijn zakgeld in die fase bedroeg ongeveer vijftig guldencent per week.

 

Aangezien ik grote ambities koesterde wanneer het ging om mijn muziekverzameling kreeg ik niet lang daarna een heus platenkoffertje van mijn ouders. Dat was een houten koffertje, voorzien van een papieren binnenwerk in harmonicavorm, er konden maar liefst drieëndertig singles in de vakjes. Apetrots was ik op mijn platenkoffertje. Wie muziek luisterde, die hoorde bij de wereld en dat mocht je laten zien! Ik weet nog dat ik parmantig door de straten liep, met mijn platenkoffertje in de hand: ik ging er een beetje rechterop van lopen, wat in de pubertijd natuurlijk heel bijzonder is. Bij het oversteken van de weg naar Benzenrade struikelde ik en viel ik voorover, languit met mijn platenkoffertje op het wegdek. Het gebeurde pal voor de ogen van een paar leuke meisjes die ik daar gespot had. Waarschijnlijk waren die ook de oorzaak van mijn val, maar dat weet ik niet meer zo. De deksel van het koffertje vloog open, de harmonica ontvouwde zich voor de ogen van het publiek en.. het éne singletje dat ik bezat vloog over de straat. Mrs. Applebee, open en bloot, midden op de Benzenraderweg! De meisjes vervolgden giechelend hun weg. Ik raapte mijn kostbare bezit snel bij elkaar en ging met een rood hoofd huiswaarts. Gelukkig was er niets beschadigd, op mijn imago na dan. Daarna heb ik het koffertje nooit meer aan de straat laten zien, behalve wanneer er ergens een feestje was. Voor de zekerheid deed ik dan een dikke elastiek om het deksel.

 

Het platenverkopende warenhuis van Willem Vroom en Anton Dreesmann, had zich bezonnen op de te volgen verkoopstrategie voor de komende jaren, en zich daarbij gerealiseerd: ‘wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’. Hoog tijd, vond men, om daarin te gaan investeren. Naast de platenwinkel Discobar hadden ze al een eigen platenlabel opgericht genaamd ‘Discofoon’. Ook kwam er in het warenhuis een heuse koffiebar ‘De Espressobar’ welke druk bezocht werd door de plaatselijke jeugd. Daar gingen we naartoe, daar moest je gezien worden want ‘iedereen’ was er. Daar maakte je de afspraakjes na school, daar ‘verkeerde’ je en kreeg je dus ‘verkering’. Menige liefde is er ontsproten. Je dronk er alleen koffie of frisdrank, dus geen enkele ouder maakte bezwaar.

 

Begin september 1967 was er een groot evenement in Heerlen: het wereldkampioenschap wielrennen, WK’67. Met een paar vriendjes kropen we onder het zeil door en klommen de hoofdtribune op. We volgden een heroïsche strijd die de Nederlander Jan Janssen daar leverde tegen de toen 22 jarige Belg Eddy Merckx. Met een half wiel voorsprong werd de Nederlander geklopt. Ik herinner mij nog de enorme hoeveelheid rits-caps waarmee het grasveld bij ‘de meet’ bezaaid lag. Het was een uitvinding van de bekende Limburgse bierbrouwer Brand: door aan een aluminium lipje te trekken kon je voortaan de bierflesjes met de blote hand openen. Er werd gretig gebruik van gemaakt.

 

Meeliftend op de bekendheid die Heerlen door dit evenement kreeg en in lijn met hun strategie, organiseerden de mannen van het warenhuis diezelfde maand in de foyer van de plaatselijke stadsschouwburg een heus beatfestival onder de welluidende naam: Hip’67. Wanneer je veel boodschappen deed bij V&D, dan waren de kaartjes bijna voor niets. Van vijf uur ’s middags tot 12 uur ’s nachts traden er diverse popartiesten op. Maar de absolute hoofd-act van die avond was toch wel niemand minder dan David Garrick, ondanks dat Mrs. Applebee alweer geruime tijd de top 40 verlaten had. Deze artiest kwam uit de stad van The Beatles en dat maakte grote indruk in die tijd. Het evenement werd streng bewaakt: zelfs de hoofdinspecteur van de politie was erbij aanwezig. Je moest er écht zestien jaar voor zijn om daar naar binnen te mogen. Mijn grote desillusie: ik was nét 15 en mocht niet!

 

Ik herinner mij wel nog de kop in het ‘Limburgsch Dagblad’ van de maandag daarna: ‘Blote beat show ging uit als een kaars’. Wat bleek? David Garrick had ten overstaan van een volle zaal met 2500 tieners zowaar zijn jasje uitgetrokken en in het publiek gegooid. Wat een schande, hij liet zijn blote borst zien en werd nu betitteld als ‘de blote-beatzanger’. ‘Hij vertoonde schreeuwend een enorm gebrek aan personality, dat blijkbaar verheeld moest worden door zijn blote bast’ stond in de krant. De fan die het ‘bezweette jasje’ bemachtigd had moest, om zijn bezit te beschermen, onder begeleiding van twee aanwezige rechercheurs de zaal verlaten. Tja, maar het was wél míjn eerste single, míjn David Garrick (met míjn Mrs. Applebee) die daar opgetreden had! De teleurstelling bleef nog lang na-ijlen.

 

Jaren later kreeg ik van iemand een gescheurd lapje stof van brokaat: zwarte zijde met goud doorweven. ‘Dat is van het jasje van David Garrick’ zei hij. Wauw, het legendarische jasje! Dat maakte het een beetje goed, al wist ik niet wat ik ermee moest doen. Ik plakte in het in mijn schoolagenda tussen de liefdesverklaringen en resten van mijn andere avonturen.

 

1 Robert Wace manager van de popgroep The Kinks

2 Gulden = oude Nederlandse munteenheid - tot 1 januari 2002 (1 gulden = 45 Eurocent)

 

 

Philip Darryl Core probeerde het nog in Duitsland maar scoorde geen enkele echte hit meer. In 2013 is hij overleden.

V&D werd zéér terughoudend in het sponsoren van popconcerten. Misschien was dat toch een verkeerde keuze: op de laatste dag van 2015 ging de warenhuisketen failliet.

 

 

 

Marc van der Hijden

© december 2015

 

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Philip Darryl Core (1946 - 2013)