Mazzelaar - Marc van der Hijden

Mazzelaar

Ik vond ergens in een doos een oude schoolfoto terug. De foto is gemaakt door onze leraar kunstgeschiedenis, die zelf dat vak liever 'esthetica' noemde. Het was een schooluitstapje naar Antwerpen in 1968 waar we uiteraard veel plezier aan beleefden, dat valt te zien. Zo'n uitstapje was immers een van de hoogtepunten van het schooljaar. Min of meer bij toeval, of eigenlijk omdat ik op andere scholen niet te handhaven was, belandde ik op de detailhandelsschool wat, getuige het opschrift op mijn diploma, een 'ondernemerscollege' bleek te zijn. De school was gevestigd in Maastricht, voorwaar een mooie stad om je middelbare schooljaren te slijten en ideaal om af en toe te spijbelen, er is immers altijd wat te beleven.

Het waren vrijwel allemaal eenmanszaak-kinderen die op die school verbleven, nakomelingen van detaillisten die graag zagen dat hun levenswerk werd voortgezet. De klasgenoten waren afkomstig uit zeer verschillende branches. Er zijn er bij van wie ik niets meer weet, geen naam, laat staan wat er van hen geworden is, ik herinner mij enkel de gezichten. Sommigen echter, blijven me altijd bij, al dan niet in beperkte herinneringen, zoals de zoon van een doe-het-zelfzaak-houder die ons leerde hoe je 'recht' kon zagen: ‘Wijsvinger recht houden langs het handvat en dan kan het bijna niet meer scheef gaan.’ Een theorie die niet bij alle klasgenoten bleek te kloppen. Dan de zoon van een dure modezaak in Meerssen, of die van een verfwinkel met kwasten en schetsboeken in Valkenburg en de jongen met een grote bril 'oet Göl' (uit Geulle) die later bankdirecteur geworden is... Een jongen werd landkaartenverkoper, of die nog werk heeft weet ik niet.

 

De kunstgeschiedenisleraar was nogal klein van stuk, nog nét geen lilliputter, maar hij was goed op de hoogte van alle mooie dingen van het leven. Hij leerde ons naar kunst te kijken en de verschillende stijlen en vormen te herkennen van de periodes in de cultuurgeschiedenis, waarbij de vrouwelijke vormen natuurlijk extra aandacht kregen. Op een reünie, vele jaren later, liet hij ons apetrots een foto zien van zijn Thaise echtgenote, die hij daar zelf gehaald had.

 

Vier vrouwen zaten er in onze klas. Een van hen spreek ik af en toe nog wanneer ik haar toevallig tegenkom, dat gebeurt heel sporadisch, zo’n één keer in de tien jaar. Een ander schijnt zelfs bij mij in de buurt te wonen in een sprookjeshuisje in het bos. Ik weet niet of zij mij, dan wel ik haar, nog zou herkennen als ik haar tegenkom bij de supermarkt. Van een dame weet ik dat ze kunstenares geworden is. Ik had stiekem een oogje op haar, net als de rest van mijn mannelijke klasgenoten overigens. Ze mocht er dan ook zijn eh.. laat ik zeggen, de leraar esthetica maakte graag foto’s van haar. De foto waarop ze lieflijk Antwerpse frietjes met mayonaise eet uit een puntzak moet ik ook nog ergens hebben.

 

We hadden ook een klasgenoot die zwaar aan astma leed en later manager werd van een paar bescheiden wereldsterren zoals Bonnie M. en Telly Savalas. Hij bevloog alle werelddelen, al dan niet met private jets. Hij kwam zelfs bij de Jacksons over de vloer en produceerde een hit met Jermaine Jackson en Pia Zadora. Hij heeft er veel geld mee verdiend, volgens zijn artiesten. Ik heb vernomen dat hij er al een tijdje niet meer is.

 

Dan was er die jongen die de basisschool-lengte maar niet wilde ontgroeien, het kleinste manneke van de klas. Zijn ouders hadden een winkel met wapens en messen in de etalage. 'Sporthuis' stond er in sierlijke letters op de gevel. Ik vroeg mij oprecht af welke sport dat was. Het bleek dat de winkelzoon later nog wel een groeischeut heeft gehad: bij de eerder genoemde reünie was hij bijna van volwassen lengte. Zijn horloge was in ieder geval nog iets harder gegroeid, hij verklaarde inmiddels rentenier te zijn geworden, alsof dat beroep een vrije keuze van hem was. Niet veel later hoorde ik dat hij is overleden door het bakken van twee frikadellen na het stappen en daarbij in slaap te vallen. Hoe triest een einde kan zijn.

 

In onze klas zat ook iemand die een echte hippie was, ten minste wij vonden hem echt hip. Hij leek voortdurend in een trance te verkeren en begreep precies hoe de wereld in elkaar zat. Omdat hij alles begreep is hij later kierewiet in een kliniek beland. Hou het maar eens bij allemaal, ik ben al blij als ik mij in mijn directe omgeving kan verdiepen, daar moet dan niet te veel meer bijkomen. Maar omdat hij álles overzag heeft hij, naar verluidt in die kliniek, op enig moment de hand aan zichzelf geslagen. Treurig is dat. Dan had je nog het zoontje van de kruidenier, wat eigenlijk een dorpse buurtwinkel bleek te zijn in een van de Maastrichtse gebiedsdelen. Hij beschikte altijd over vaste sigaretten, waar wij als, uit financiële nood geboren shagrokers, maar al te graag gebruik van mochten maken. Hij kocht op die manier zijn populariteit. Groot was daarom de verslagenheid toen wij plotseling te horen kregen dat hij in een weekend was overleden. Een acute kwaal had hem geveld. Ook hij was veel te jong om dood te gaan, een leerling nog, misschien wel de jongste van de klas.

 

Dan de lange met die bakkebaarden, daar keek iedereen tegenop. Hij was een jaartje of twee ouder dan de rest en dat gaf hem extra aanzien. 'Zolang ik leef zal ik lange haren hebben' zei hij plechtig, iets wat ons in de Beatles-tijd natuurlijk bijzonder aansprak. Zo cool wilde ik ook wel zijn. Hij kocht zijn broeken met uiterst wijde pijpen ('soul-broeken') bij Joep & Hennie, een klein boetiekje in de Maastrichtse Jodenstraat. Ze werden voor hem keurig op lengte gemaakt en kostten meer dan honderd gulden1. Sjiek was dat. Hij had veel ervaring met de vrouwen en mocht daar graag over vertellen tijdens onze dagelijkse wandeling tussen het schoolgebouw en het NS station. Hij sprak over condooms alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, al moest ook hij, ze voor zijn ouders verborgen houden. Toen hij een keer vergeten was ze weg te moffelen en op zijn kamer had laten liggen zei hij: 'Och als mijn moeder ze heeft gezien zeg ik gewoon dat ik ze in de brievenbus gevonden heb.' Kennelijk woonde hij in een omgeving waar het gebruikelijk was dat je van alles in je brievenbus kon vinden, tot en met condooms. Vijfentwintig gulden vroeg hij voor een door hem gedragen carnavalskostuum waar ik jaloers op was. Het was een Frans uniformjasje, donkerblauw met rode kraag en gouden knopen, het bleek afkomstig uit de Eerste Wereldoorlog. Er zat een verfrommeld label in met het jaartal 1914 en een handgeschreven naam, onleesbaar, van de soldaat die het gedragen had. Met een beetje fantasie kon je het slagveld er nog aan ruiken. Compleet met een witte broek met blauwe strepen zag ik mezelf al lopen, geheel in de Sgt. Peppers’ Lonely Hearts Club Band2 stijl. Toen ik het eenmaal van hem gekocht had, mocht ik het niet dragen vanwege het oorlogstrauma van mijn ouders. Als puber ben je wanhopig op zoek naar je identiteit en ontwikkel je de vreemdste gewoontes. Zo had ik een truc bedacht om mijn speeksel te verzamelen op mijn tong en het dan met kracht uit te spugen tussen het spleetje van mijn voortanden. Eigenaardig: om de honderd meter moest ik dat even uitproberen totdat die lange met de bakkebaarden heel rustig aan mij vroeg: 'Zeg, die vriendin van jou hè, vindt die dat leuk, dat jij dat doet?' Mijn puberale experiment was in één klap voorbij. Leraar en nét geen zestig jaar is hij geworden, daar kwam ik achter toen ik zijn overlijdensadvertentie vond op internet.

 

Ook de brave zoon van de slager uit Voerendaal staat op deze foto, hij rookte deftige Dunhill sigaretten met filter, en de eveneens voorbeeldige, oudste zoon van een drogist uit Hoensbroek, hij rookte vrijwel helemaal niet, een enkele keer slechts, om erbij te horen. Van beiden weet ik alleen nog dat ze niet lang na het behalen van het ondernemersdiploma overleden zijn, meer niet. Van de meesten weet ik het lot niet, maar wel van de dame naast mij op de foto. Dat was een soort moeder van de klas, iemand die de boel bij elkaar hield. Zij moest vroegtijdig onze school verlaten in verband met een plotselinge zwangerschap. Ontzetting en ontroering waarde door ons klaslokaal bij deze boodschap. We hadden op die leeftijd nog niet zoveel besef van dat soort dingen. Ik heb begrepen dat zij nog steeds getrouwd is met de verwekker van dit ‘gelukkige onheil'. Mooi toch? Achteraf gezien, had hij dus goed gemikt. Dan had je nog de mijnheer van de administratie die wij belden met een zware stem omdat 'mijn zoon’ geveld was door de griep en toch écht niet op school kon verschijnen die dag. Hij mocht die dag met ons mee om ons in toom te houden. Ik weet niet meer of dat helemaal gelukt is.

 

Kortom, we hadden lol en waren ongecompliceerd gelukkig in die jaren. Ze staan er allemaal op, de klasgenoten van 1968. Helaas zijn er velen veel te vroeg overleden. Pas nu besef je dat je een enorme mazzelaar bent, dat je hier nog rondloopt en dit nog allemaal kunt navertellen.

 

 

Marc van der Hijden

© 2016

 

Klik op de foto voor een vergroting.

 

1 Oude Nederlandse munteenheid € 1 = 2,20371 gulden

2 Sgt. Peppers’ Lonely Hearts Club Band

een razend populaire langspeelplaat van The Beatles uitgekomen in 1967

 

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

 

Non-fictie is voor mij herinnering. Bij het vinden van een oude schoolfoto verschijnen de beelden en verhalen van weleer.