Tasje - Marc van der Hijden

Tasje

Het zal ergens midden jaren zeventig van de vorige eeuw geweest zijn dat mannen ineens gingen geloven in het gemak van een handtasje. Een slimme tassenfabrikant had deze nieuwe afzetmarkt aangeboord. Een spectaculaire nichemarkt. Ik zie ze nog voor me: van die licht grijzende heren in de middenleeftijd, die kort daarvoor nog hippie waren. Nu hielden ze met een gemaakte achteloosheid, hun tasje in de hand, altijd met het lusje ter beveiliging, netjes om de pols. Het had ongeveer de afmetingen van een boterhammendoosje. Om een of andere reden was het altijd mannelijk zwart en schijnbaar goed gevuld. Meestal stond het een beetje bol van portefeuille, portemonnee, rijbewijs en pakje shag. ‘Kijk, dat scheelt zakken’ zullen ze gedacht hebben, ‘hoef je niet meer zo te proppen’. Regelmatig zag je zo’n manspersoon terugrennen naar de winkel omdat hij zijn tasje ergens had laten liggen. Dat was even wennen zeg! Maar ze hielden stug vol, het was immers verdomde handig. Toch heb ik daar nooit aan mee gedaan, ik vond het maar niks. Het was trouwens ook nog lang niet het midden van mijn leven, al weet je dat nooit zeker. Mijn idee was: een man met een tas dat heeft geen pas. Zoiets heeft natuurlijk met je opvoeding te maken: het was een tikkeltje verdacht. Daarbij, ik voelde me veiliger met mijn beurs in mijn kontzak. Onzeker als ik van huis uit ben, kon ik steeds voelen dat ik hem nog had. Je hoort zoveel.

 

Vandaag zie je ze niet meer, die mannen met een tasje, op een enkele volhouder na. De rage is weer overgewaaid. Nu weet ik uit ervaring dat vrouwen verzot zijn op hun tas. Overigens, het liefst een hele serie: een tas voor elke jas. Ze proppen hem graag vol met alle mogelijke handigheidjes, van tampons tot lippenstift. Kammetje, zakdoekjes, rijbewijs, spiegeltje, bril, pleisters, kauwgum, nog een pakje kauwgum, paspoort, pen, condoom, voordeelpasjes, autosleutels, beurs, het moet er allemaal in. En dat is zeker een niet-limitatieve opsomming. Tip: is ze iets kwijt? Vergeet de heilige Antonius, kijk in haar tas! Daarbij moet de kleur natuurlijk gaan bij alle kleding zoals ik al aangaf. Dus de handige materialen zitten overal, of worden steeds vakkundig overgeheveld (ander woord voor omkiepen) van de bruine jas-tas naar de zwarte enz..

 

Van het ene gemak kwam het volgende. De warenhuizen leverden gratis plastic tasjes om al je aankopen in te doen. Dat draagt lekker weg en -ook niet onbelangrijk- het is een mooie manier om de naam van de zaak te propageren, wanneer de boodschappen door het centrum van de stad worden meegezeuld. Zie je een jonge dame, die parmantig door het centrum stapt met zo'n tasje van een bekende lingeriezaak, vraag je je onwillekeurig af: ‘Wat zou er in dat tasje zitten?’ ‘Hoe kleiner het tasje hoe mooier’, fluistert de bedorven geest vanbinnen. Enigermate streekgebonden, kregen ze verschillende benamingen die plastic boodschappenhouders, en soms is dat lastig. Toen mijn echtgenote in de grote stad aan de winkelier vroeg of hij een draagzak had, keek deze rechtgeaarde Amsterdammer demonstratief naar zijn kruis. ‘Ha, ha, ha!’ lachte hij hard over de toonbank ‘u bedoelt een tassie? Ja dat heb ik wel hoor!’ De humor ligt op straat, nietwaar?!

 

We hadden er in de begintijd van de plastic draagzak nog geen idee van dat we dertig jaar later de resten van die tasjes zouden mee-eten in de kabeljauwfilet. De plasticsoep bestond nog niet, hoewel milieubewegingen al jaren waarschuwden voor het niet afbreekbaar zijn van dit materiaal. Nu mag het niet meer van Europa, we weten immers beter. Dat betekent niet dat je geen plastic tasjes meer krijgt hoor, nee nu moet je er gewoon voor betalen. Dat zal de winkelier zeker niet deren, mooie actie voor de middenstand!

 

In de tussentijd hebben we nóg een evolutie doorgemaakt: waar je vroeger in de ambtelijke wereld moest slepen met klappers vol papier, en de vergaderstukken in dikke enveloppen op de deurmat vielen, zijn we nu hard op weg naar een papierloos tijdperk. Het begon allemaal met de laptop, de draagbare schootcomputer met een batterij, zodat je wel een héél uur lang kon werken zonder stekker. Aanvankelijk monochroom: ik zie het oranje scherm nog voor me. De lichtopbrengst van het ding was minimaal, dus het was turen naar de lettertjes. Al snel werden die vervangen voor nieuwere modellen, beter, met kleurenscherm, toegankelijke software en betere batterijen. Geleidelijk aan werd je ook steeds handiger in het omzetten van papier naar digitaal te lezen documenten. De zware pilotentas waar heel veel leeswerk in kon, werd vervangen voor de laptoptas: een tas met allemaal rits-vakken, zodat je er, voor de zekerheid, tóch nog wat papieren bij kon duwen. Maar wat was zo’n laptop zwaar zeg! Het leek wel of hij alsmaar zwaarder werd. Op het laatst liep je daarom met een tas op wieltjes, zodat je de computer achter je aan kon sleuren. Een sleurwerkplek was het geworden. Totdat in de eenentwintigste eeuw de tablet werd geboren. Ineens kon alles kleiner en werd het licht verplaatsbaar. Altijd álle stukken bij de hand hebben, dat is het helemaal. Je hele archief gaat gewoon mee in dat ding. De mogelijkheden van het instrument blijven mij verbazen en de werkplek is verkleind tot bijna zakformaat.

 

Het kan verkeren: nu loop ík zelfs met een tasje, een schoudertasje voor mijn tablet! En ik prop er graag van alles bij in. Toch wel handig denk ik: portefeuille, pleisters, pillen, portemonnee, snelle jelle, enz. Géén pen, dat hoeft niet meer, maar wel zit er een pincetje in, voor als de rubberdopjes van mijn muziekoortjes weer eens in mijn oor blijven steken. Je moet met de tijd mee nietwaar?

 

Toen hij mij voor het eerst met mijn tasje zag lopen, zei de grootste nicht op ons kantoor in Amsterdam: ‘Ik vind het wel een beetje ouwe nichterig’. Ik had maar één antwoord: ‘Jij mag dat zeggen!’.

 

 

 

 

© juli 2014 Marc van der Hijden

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

 

 

Non-fictie is voor mij herinnering. Een klein stukje historie over alledaagse dingetjes. Ik leg het graag vast om het verhaal niet kwijt te raken. Ik hoop dat anderen er iets in herkennen of er gewoon plezier aan beleven om het te lezen.