De kus - Marc van der Hijden

De kus

1.

 

Als klein kind krijg je het al aangeleerd: 'geef je oma eens een kus, jongen'. Hm... met gepaste tegenzin geef je oma een voorzichtig kusje op de wang. Ik herinner mij nog goed de wang met stoppeltjes van de oudtante, die ook aan de beurt moest komen. Je krijgt de kus als begroeting bijgebracht, als een gebruik onder mensen die elkaar graag mogen. Of in ieder geval hoort het zo dat ze elkaar mogen. Volwassenen realiseren zich niet dat je veel te jong bent voor dat gedoe. Het ritueel spreekt je in het geheel niet aan. Niet dat ik er een trauma aan heb overgehouden hoor, het is wel goed gekomen, maar het blijft een vreemde jeugdherinnering, je dacht er verder niets bij.

 

Pas veel later kreeg ik de eerste kus van een meisje van mijn eigen leeftijd. Pats! Oeps… slik, voordat ik het in de gaten had, een smakkerd op mijn wang. Wat was dat nou? Mijn wang begon te gloeien en ik wist niet hoe snel ik weg moest komen. 'Zie ik je morgen weer?' riep ze mij nog na. 'Eh, ik denk het wel' en weg was ik. Alles draaide in mijn hoofd, hand op mijn wang, iedereen zou dit kunnen zien, zeker! Snel door de achterom paadjes terug naar huis.

 

Het meisje in kwestie was beter op de hoogte dan ikzelf, zo gaat dat met jongetjes. Ik was me rot geschrokken. Toch had ze het voorzichtig ingeleid. Ze vertelde mij verhalen over het verliefd zijn van haar broer en over haar grote zus die 'tongzoenen' gaf aan haar vriend. Ik deed alsof ik het allemaal interessant vond en begreep waar ze het over had, maar ik had geen idee, tongzoenen..? De plek waar het gebeurde is er nog, de stoeptegel waar deze gebeurtenis plaatsvond kan ik nog aanwijzen. Zoiets blijft bij je hangen. Het was buiten schooltijd, op de stoep voor de trappen van de basisschool, die ik intussen na jaren ploeteren, met goed gevolg had afgesloten. We waren al op de middelbare school dus, de brugklas, dat wel, maar groen en onervaren.

 

'Wij hebben thuis een kelder waar we feestjes houden' vertrouwde zij mij toe. 'Een kelder?' vroeg ik, ik kon mij niet voorstellen dat een kelder de uitgelezen plek was om een gezellig feestje te houden. Daar staan toch de potjes met augurken en zo? Ik had er geen idee van, geen beeld bij, ook niet bij een feestje trouwens, ik zei het al: groen. Ja, ik wist wel van familiefeesten, waar vooral de tantes en de ooms zich vermaakten, heren in balletkostuum, zelfgeschreven liederen en dat soort dingen en met veel pilskes, maar feestjes van jongens met vriendinnen... meisjes?

 

Pas later, maanden later, heb ik die kelder de eerste keer bezocht en ik moet zeggen hij beantwoordde wel een beetje aan het beeld dat ik intussen in mijn fantasie gevormd had: donkere hokjes met muurschilderingen, weinig licht natuurlijk in verband met de gezelligheid en.. een platenspeler met popmuziek. Er was zelfs een aparte ruimte met een matras op de grond. Dat heb ik thuis maar niet verteld. Niet dat ik daar verstand van had, ik wist niet zo goed wat je met een matras op een feestje kon doen, maar ik voelde op een of andere manier aan dat het zou kunnen leiden tot een verbod om die kelder te betreden. Later heb ik met een van de meisjes waar wij mee verkeerden, die matras nog weleens geprobeerd. De matras ging per koppel, om de beurt, na twintig minuten moest je ervan af. Heel onschuldig allemaal, er gebeurde hoegenaamd niets, ten minste... zeker niet van die dingen die je later allemaal zou doen, maar het was gezellig en knus. Een vreemd soort warmte maakte zich van je meester, dat weet ik nog wel.

 

'Fuiven' noemden we dat om het onderscheid met ‘feestjes’ maar even te benadrukken. De ene keer had je verkering met het meisje, waar je vriend de volgende keer mee ging. In een fitting aan het lage plafond brandde één oranje gekleurd peertje1. Tijdens het geschuifel kon je dat met een snelle beweging los draaien: nog mooier. Wel snel, anders brandde je je vingers. ‘New York Mining Disaster 1941’ van de Bee Gees op de pick-up. Het nummer ging over rampspoed, maar dat deerde niet, je kon er heerlijk op wegdromen, we waren immers'verliefd'! Zo zagen wij dat. Dansen met het licht op nul.

 

Het hoorde er allemaal bij. Net als je eerste liefdesverdriet. Dat kon heel erg pijn doen merkte je. Wanneer je nét met balpen, in grote letters haar naam onuitwisbaar op je legerpukkel had gekrast, maakte zij het uit. Een pukkel was een groene canvas schoudertas van het leger, welke wij gebruikten als schooltas, tenminste als je er écht bij wilde horen. Dat was hip! Als dan iemand naar je pukkel wees en zei: 'Hé, die naam, die klopt niet meer!' dan brak je hart in tweeën, je ogen schoten vol. Hoort kussen bij verdriet en andersom? Ik zie een duidelijke link. Ik moet toegeven dat ik kussen best wel leuk ben gaan vinden, linksom of rechtsom, tenminste als ik er ook echt iets bij voel. Zonder warmte, dat is niks. Kussen heeft veel goeds in zich, maar er zijn bepaalde valkuilen, laten we dat maar vaststellen.

 

Ja dát was wat: het eerste échte kusje van een meisje van je eigen leeftijd. Zoiets blijft bij je en dat is maar goed ook, want waar zouden we zijn zonder de mooie herinneringen? Die maken het leven toch de moeite waard?! We bouwen er onze hele tijdlijn aan, zonder het te beseffen. En als het even tegen zit, dan helpen die herinneringen je er doorheen. Moet je dat wel zien, natuurlijk.

 

Ik weet nog dat mijn vader over mijn ‘eerste liefde’ opmerkte: ‘Ik heb gehoord dat zij een jongensgek is’. Ja, ja in die brave katholieke parochie van de heilige moeder anna bleef nooit iets geheim. Tenminste, dat dachten we toen, intussen weten we wel beter (ik heb er nu geen hoofdletters meer voor over). ‘Een jóngensgek’ zei hij. Hij sprak het uit alsof het een héél vies woord was. Hij wist natuurlijk niet dat ik intussen een meisjesgek was geworden, zo zeer had die eerste kus een stempel gedrukt op mijn ziel. Tsjonge wat vond ik dat leuk, wat een fijn gevoel zeg! Daar lustte ik wel meer van. Kussen zou mijn leven worden, ik wist het zeker. De consequenties kon ik toen nog niet goed overzien.

1 peertje = ouderwetse gloeilamp

 

 

2.

 

Eerder zei ik heel stoer dat ik er echt iets van warmte bij wil voelen als ik iemand een kus geef en dat ik het anders liever niet zou doen, maar ook ík ontkom af en toe niet aan de intermenselijke rituelen in bepaalde gebieden. Zoals, bijvoorbeeld in het dorpje in Frankrijk, waar wij regelmatig vertoeven, zeg maar liever het agrarisch gehucht. Daar kunnen ze er wat van zeg! De mannen kussen alle vrouwen en de vrouwe alle mannen, bij wijze van begroeting. Niet dat het is geboren uit langdurige vriendschap of genegenheid of iets dergelijks, nee ze hoeven je maar een héél klein beetje te kennen of je bent als vrouw de pineut (en als man evenzeer). Dan zijn er van die plattelandstypes bij, eh.. hoe zal ik het zeggen, ik krijg spontaan medelijden met mijn echtgenote. Wanneer je één kennismakend praatje met een inwoner hebt gemaakt en je wilt weer doorlopen, dan is het gebakken: kussen! Zeker wanneer je een borrel of een wijntje bij ze in de keuken hebt gedronken (de woonkamer wordt niet gebruikt, dat is meer iets voor stedelingen), ook al spreek je geen woord Frans en krijg je amper mee waar de breedsprakige conversatie zoal over is gegaan, bij het afscheid wordt er uitgebreid gekust.

 

Het kussen is een vorm van hartelijkheid, maar ook gewoon een ritueel. Niet dat er geen regels aan verbonden zijn, die zijn er wel degelijk, maar die staan nergens opgeschreven en dat maakt het vooral zo ingewikkeld. Kom je een bekende dame tegen dan wordt je geacht haar te begroeten met kussen. Ken je haar heel goed, dan spreek je haar aan met de voornaam, maar veelal blijft het bij 'madame...' en dan de voornaam. Niet te amicaal s'il vous plaît, maar wel... kussen! Maak je een kort praatje met de dame, dan is het nou weer niet de bedoeling dat je haar bij het afscheid wéér kust. Dan krijg je vreemde reacties, dat kan dus niet. Duurt het praatje langer dan een uur, dan is het een goed gesprek en dan moet het juist weer wél. Je moet het maar onthouden allemaal.

 

Verder is de manier van kussen heel erg streekgebonden. Niet dat er streken zijn waar men elkaar, past-boem, bovenop de mond kust, die heb ik tenminste nog niet ontdekt (Als iemand weet waar dat is, vertel het mij!). Nee, de crux zit hem in het aantal kussen. Er zijn streken waar het blijft beperkt tot één bescheiden kusje. In Parijs bijvoorbeeld, waar al die chique dames wonen, daar geven ze er maar één. Ergens anders, in de kleine steden doen ze het met twee en elders zijn het er weer drie. Wellicht is het aantal kussen omgekeerd evenredig aan de omvang van de stad of streek, dat moest ik maar eens gaan onderzoeken. Je moet je dus, wil je het fatsoenlijk houden, aanpassen aan het ritueel van de omgeving. Doe je er te veel, dan gaan ze enge dingen van je denken. Doe je er te weinig, dan voelt de dame in kwestie zich tekort gedaan en dat wil je ook weer niet. Oppassen geblazen dus!

 

De hoeveelheid kussen is dus een eigen aardigheid van de streek. Dat is lastig, want Fransozen hebben heel veel streken. Zo is ons adres gesitueerd in de Région de Bourgogne, Département de la Nièvre en de omgeving heet weer Nivernais, omdat het in de buurt ligt van de stad Nevers. Afijn, in de Nivernais schijnt het dus gebruikelijk te zijn om vier keer te kussen. Echt waar, je leest het goed: vier keer! Lachwekkend, zeker de eerste keer dat je het meemaakt lig je in een deuk. Vier keer kussen! Dat is nou typisch weer zoiets waardoor je in de problemen kunt komen: voor je het weet raak je de tel kwijt.

 

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik er bij sommige vrouwen best wel vijf van wil maken, ik ben niet flauw. Overigens, de Nederlandse dames en heren in de omgeving zijn er verrassend snel aan gewend, ze nemen het graag over... De beste methode lijkt nog: gewoon meedoen en bij jezelf tellen dan maar, hup een, twee, drie, vier, stop! Je kunt het tellen overigens best hardop in het Nederlands doen hoor, de Fransen hebben geen idee waar je het over hebt. Ze eten veel kaas in Frankrijk, maar niet van vreemde talen. In de praktijk gaat het dus ongeveer zo: 'hallo mevrouw Sophie, hoe gaat het met u?’, je geeft een hand en dan: kus (1), kus (2), kus (3), kus (4 stop).

 

Maar dan zijn er tóch weer die preutse vrouwen die het liever beperken tot één. 'Nee, nee, ik kom uit Parijs' zeggen ze dan vlug. Ik kan me er best wel iets bij voorstellen... alleen als ík dat probeer en zeg: ‘Nee, nee, ik kom uit Limburg’ dan geloven ze mij weer niet. ‘Allez, vous êtes en France! Un, deux, trois, quatre!’

 

 

© juli 2014 Marc van der Hijden

 

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

Non-fictie is voor mij herinnering. Het schrijven over alle mogelijke dingen welke mij zijn overkomen doet mij plezier. Het is echt gebeurd dus. Ik leg het graag vast om het verhaal niet kwijt te raken. Ik hoop dat anderen er iets in herkennen of er gewoon plezier aan beleven om het te lezen.