Coupé - Marc van der Hijden

COUPÉ

Voor mijn werk ben ik veel onderweg en bij voorkeur laat ik mij verplaatsen door de Nederlandse Spoorwegen. Nou moet je niet denken dat het saai is, zoveel uren in de elektrische trein, integendeel je maakt er van alles mee. Ze doen hun uiterste best bij de spoorwegen om het de reizigers naar de zin te maken. Het merendeel van de reizigers zit echter met dopjes in de oren te luisteren naar de eigen voorkeuren. Ook is er Wi-Fi in de trein, zodat internetten onderweg een optie is. Ik noem het daarom vaak: mijn mobiele werkplek. Als onze managers eens wisten wat je op minder dan een vierkante meter allemaal kunt bedenken! Dat scheelt een heleboel kantoren.

 

Wat een hedendaagse treinreis vooral gezellig maakt is de persoonlijke noot die de hoofdconducteur mag toevoegen aan zijn mededelingen door de omroepinstallatie. Die mededelingen laten vaak aan duidelijkheid niets te wensen over. De trein is amper afgeremd en tot stilstand gekomen, of er wordt al omgeroepen wat er aan de hand is. ‘We stoppen voor een rood licht.’, dat klinkt logisch toch? Het motto is: géén onduidelijkheid meer voor onze reizigers. ‘We zitten achter een stoptrein en we moeten even kijken of we die kunnen inhalen.’ Eh… inhalen… met de trein een trein inhalen? Niets is meer onmogelijk, zo lijkt het. Deze uitspraak vond ik erg mooi, daarom heb ik hem onthouden: ‘Goedemorgen dames en heren, jongens en meisjes. Zoals u wellicht gemerkt heeft staan wij stil, de reden is nog niet bekend.’ Tot zover een nuchtere constatering lijkt me. Dan gaat de hoofdconducteur verder: ‘Zodra dit duidelijk is zullen wij weer verder rijden.’

 

Mooi die omroepinstallatie, maar de ene hoofdconducteur is er wat beter in dan de ander. Sommigen zijn niet te verstaan, dan ben je blij wanneer je in het gebrabbel een paar stationsnamen herkent. Anderen proberen er een hele show van te maken en beginnen enthousiast met de woorden: ‘Welkom aan boord van deze luxe intercity trein, die u van Amsterdam naar Maastricht zal vervoeren, onderweg zullen wij stoppen te…’ automatisch ga je denken dat zo meteen een stewardess de coupé binnenkomt om de veiligheidsinstructies te demonstreren, maar dat gebeurt niet. Wel kwam er een keer een overijverige conducteur ons treindeel binnen met de boodschap: ‘Dames en heren goedemorgen, ik kom dit keer niet om uw vervoersbewijzen te controleren, maar om u te vragen of er nog klachten, vragen of wensen zijn waarmee ik u van dienst kan zijn.’ Behalve enkele gefronste blikken van treinreizigers leverde deze klantvriendelijkheidssolo niets op. Maar vooruit, er is iemand die het probeert, niet? Ook kwam er een keer een muzikant de coupé binnen die meteen vrolijke deuntjes uit zijn accordeon begon te toveren. Een van de reizigers was zichtbaar geïrriteerd. Hij droeg een deftig kostuum en een studentikoos brilletje, terwijl je kon zien dat hij allang geen student meer was. ‘Meneer we willen hier graag werken!’ beet hij de muzikant toe, terwijl die eigenlijk met hetzelfde bezig was. De trekzak muzikant was duidelijk geïnstrueerd en maakte dat hij wegkwam. Geen gezelligheid in onze trein alstublieft.

 

Af en toe maak ik aantekeningen van de kleine ervaringen in een treincoupé. Meestal ben ik erg vroeg onderweg. Zo ook deze maandagmorgen. De intercity waggelt van Maastricht naar Alkmaar. Door een wekenlange schoonmaakstaking bij het spoor zijn de vloeren zwaar vervuild. Plakkerige vochtstrepen, frietjes, papiertjes, ook mayonaise, alles ligt nog voor het oprapen. Aan de kapstokhaakjes hangen papieren draagtasjes, in de hoop dat mensen daar hun afval in willen deponeren. Toch propt iedereen het afval in de veel te kleine afvalbakjes. Reizigers laten zich rustig in slaap schommelen door het ondefinieerbare ritme van de trein. Om een plaatsje te bemachtigen met stoffen stoel en klaptafeltje, heb ik het meisje naast mij voorzichtig wakker moeten tikken. Een ietwat verstoorde blik kreeg ik als reactie. ‘Tja, ik kan er ook niets aan doen’ denk ik en ik glimlach eens vriendelijk naar haar, maar ze heeft haar ogen alweer dicht. Ze slaapt nu verder met haar weekendtas op schoot, ongetwijfeld vol met schone was en 'iets lekkers' van mama. Misschien is ze op stap geweest in het weekend, of heeft haar vriendje het uitgemaakt? Je weet het niet hè? Haar dikke hoofdtelefoon hangt werkloos om haar hals.

 

Dan stapt ergens een elegante moslimjongedame in en komt aan de andere kant van het gangpad naast me zitten. Haar gezicht, volmaakt als porselein, wordt omsloten door een keurig gevouwen zwarte hoofddoek. Er valt geen onregelmatigheid aan te ontdekken. Zou ze nooit puistjes hebben? Zwart jasje, te warm voor het jaargetijde, zwarte handtas, donkergroen jurkje van de braafste soort, zwarte legging en platte, zwarte, suède schoentjes. Je kent dat wel, van die instapklare schoentjes met een frommeltje erop. Erg braaf allemaal, maar mooi zal ze zeker zijn, ondanks alles wat bij haar bedekt blijft. Je ziet het aan de keurig verzorgde handen die een oranje-wit bekertje koffie met een dekseltje van ‘de kiosk’ vasthouden. Ik begrijp nooit hoe mensen koffie door zo'n gaatje naar binnen kunnen slurpen, bij mij lukt dat niet, het gaat altijd fout. Ze heeft twee kuipjes koffiemelk erbij, geen suiker. Met een elegant gebaar trekt ze een van de kuipjes open en oeps... de koffiemelk springt iets te enthousiast eruit en valt op een van haar zwarte ballerina’s. Ze blijkt op alles voorbereid: uit haar tas tovert ze behendig een papieren zakdoekje tevoorschijn en voorzichtig dept ze de koffiemelk van haar schoentje. 'Niet wrijven maar deppen' het zal haar geleerd zijn in een taal die ik niet kan verstaan. Ik kijk naar haar handelingen en als bedankje krijg ik een vriendelijke glimlach. Ze nuttigt deftig een verpakte brownie. Daarna haalt ze haar oor telefoontje uit haar zwarte tas en koppelt het aan haar telefoon. De witte dopjes verdwijnen links en rechts, onder de zwarte doek. Ruim voor het eerstvolgende station trekt ze haar warme jasje weer aan, pakt haar koffie en zweeft door het gangpad weg uit mijn leven. 'Bestemming bereikt' denk ik.

 

Ik laat het meisje met de weekendtas passeren, ze wil eruit. Dat levert zowaar een zuinige glimlach op alsof ze 'dag' wil zeggen maar dat doe je niet in de Hollandse trein. Drie rijen voor mij zit een dame van pakweg vijfenveertig, met haar haren in een knotje bovenop haar hoofd. Ze drukt haar mobieltje tegen haar lippen. Ze lacht, vast en zeker een leuk SMS-je gekregen van haar vriend. Naast mij zit intussen alweer nieuw gezelschap, druk in de weer met haar telefoon. Twee studentes met een laptop zitten, een rij eerder al de hele reis druk te kletsen. Álles willen ze met elkaar delen. Van 'weet je nog dit' en 'toen zei hij' tot en met 'dat vind ik niks'. Sociaal actief dus. De rest van de coupé slaapt, luistert via de oordopjes en kijkt af en toe verstoord naar de twee enthousiaste studentes. Het lijkt wel of de socialen in onze tijd asociaal zijn geworden.

 

'Zet die doppen dan gewoon wat harder' denk ik, ‘heb je nergens last van’. Naast mij begint haar handen met crème in te smeren. De weeë Nivea geur vleugt door de coupé. Achter mij maakt de assistente van een privékliniek telefonisch afspraken met een patiënt, het kan allemaal. Een echtpaar met uniseksjassen en een groot wieltjeskoffer, zit zich te ergeren op weg naar Schiphol. Ze willen naast elkaar zitten en dat lukt niet meteen. Hij een kalende vijftiger, zij ook, maar dan met haar. Dat wordt vast een leuke vakantie. Ja, nee die koffer past niet in het bagagerek van de trein, dat zie je zo. Tóch gaat hij het even proberen 'gek hè?' 'Zullen we nou overstappen op Centraal of op Sloterdijk?' Nou weet ik dat je op Sloterdijk een héél eind moet lopen om bij spoor 11 naar Schiphol te komen. Zal ik het even zeggen?

 

Coupé is een Frans woord, het betekent eigenlijk 'geknipt'. Een coupé is dus een geknipt stukje, een stukje trein. Je reist in dat stukje mee in het leven van de medereizigers, een stukje uit het leven geknipt als het ware. Dat kun je observeren en beluisteren, dat maakt treinen leuk.

 

Gelukkig heb ik ook dagen dat ik wat later mag vertrekken, dan kom je terecht in de zogeheten ‘daluren’. Zo is het vandaag, mooi weer, een lekker temperatuurtje. ik kan zonder jas op pad, dat geeft moed. Ik zag de horde al veel te vroeg staan wachten, toen ik het perron op kwam. En ja hoor, de trein stroomt vol met vrolijk kwebbelende daluur pensionado's. Het besef dat je daar over een beperkt aantal jaren ook deel van uit gaat maken moet het eigenlijk leuk maken, maar dat weet ik nog niet zo. Dat beeld duw ik gauw terug. Waar ze allemaal naar op weg zijn wordt mij vooralsnog niet duidelijk. Het is de intercitytrein richting Amsterdam, dat wel, maar wat beweegt deze groep zonnebrillen met grijs haar? (Mag ik zeggen.) Ik probeer iets mee te krijgen van hun gesprekken, maar raak volledig in de war, het loopt mij teveel door elkaar. Wat te doen? Even opstaan en vragen of ze één voor één kunnen praten? Zoals de radeloze voorzitter die roept: 'Kunnen we het even centraal houden?'

 

Twee bankjes verder zit een lieftallige dame met blauwe ogen met van die sterretjes, en keurig rood gestifte lipjes. Ze heeft een even keurig opgestoken kapsel van blond haar, ongetwijfeld gesteund door L'Oréal Paris, daar ben ik wel eens langsgekomen, dat ligt in Zuid-België. Het kan niet anders, want ik schat haar een jaar of tachtig. Ze draagt een elegant jurkje, wit met zwarte horizontale strepen, van het type 'koker', maar ze kan het hebben. Ze lijkt mij te begrijpen, kijkt me aan en glimlacht vriendelijk. Om de zaak enigszins te dempen gebruik ik mijn oortjes met muziek. Onnodig hard roept de conducteur door de geluidsinstallatie: ‘Wij naderen station Eindhoven’, overstappen dus, want vandaag moet het Rotterdam worden.

 

Tot het volgende vertrek mooi tien minuten tijd om even een bezoek te brengen aan het stationstoilet van Eindhoven, dan hoef ik niet die bacteriën-kwekerij in de trein te bezoeken. Kost wel vijftig eurocent, maar dan heb je ook wat. Boven in de hoeken van het urinoirgedeelte kijken van die treurige privé clowntjes op je neer. Je weet wel, van die dingen die twintig jaar geleden vele Nederlandse huiskamers sierden. Iedereen wilde ze hebben en als je ze eenmaal had dan dacht je: 'Wat moet ik er in godsnaam mee?' Dat heeft de beheerder van de sanitaire uitspanning ook gedacht. Ik zie het voor me: 's avonds met Miep op de bank, gezellig kijken naar Guus Meeuwis, met een Bavaria-tje en een bakske nootjes, toen hebben ze het besproken: Zij: 'Weggooien? Dat is zonde, daar zijn ze toch te leuk voor, niet dan?’ Hij: ‘Zet ze op Marktplaats dan?’ Zij weer: 'Maar wat krijg je er nog voor, ze waren best wel duur!’ ‘Zullen we er de zaak een beetje mee opleuken?’ ‘Ja da's keigoed man, als het gezellig is dan plassen ze er niet zo veel naast.' Dat krijg je dus met die privatisering van de openbare plasgelegenheden, de ouwe meuk van thuis gaat mee en krijgt een nieuw leven op de zaak: gezellig!

 

Als ik terugkom op het perron staat de horde daluurders alweer klaar. Het hele gezelschap pensionado’s blijkt gezellig mee over te stappen in de volgende trein. Het gekwetter gaat vrolijk door. Het zijn allemaal Limburgers, dat klinkt toch wel gemoedelijk. Tilburg komt langs, samen op stap naar een nieuw senioren avontuur. Het is een mooie nieuwe trein, zo een heb ik nog niet eerder gezien en dat zegt wat. Grote ronde plafonnières en blauw meubilair. En je mag er praten, getuige de stickers op het raam waarop twee poppetjes te zien zijn met een lege praatbel ertussen, die zeggen zo te zien niet veel.

 

In de hoek is een gezellige loungebank gemaakt, waarop een aantrekkelijk meiske van een jaar of achttien zich van Tilburg tot Breda uitstrekt. Vanuit een ultra kort afgeknipte jeans met rafels, etaleert zij schijnbaar achteloos, haar lange benen. ‘Achttien, dat was ik toch ook ooit?’ denk ik dan. Loungen ja, ja de Hollandse spoorwegen doen hun best. Ook de prullenbak is van het type waar echt iets in kan, goeie actie. We stoppen, Breda, de benen stappen uit. Ik kijk naar buiten en zie een leeg terrein passeren met resten asfalt en bergen stenen, 'hm Breda dus'. Dan heel veel water en bruggen langs het raam: Dordrecht, o ja dat hebben we ook nog. Hier moet Rotterdam toch ergens liggen? Mijn Snelle Jelle tussendoortje is intussen helemaal geplet in mijn schoudertas. Hij heeft het warm. In mijn oortjes klinkt Neil Young 'Can we get it together, can we still stand side by side, can we make it last, like a musical ride?' Probeer het eens, ik raad het iedereen aan. Nog meer water, de trein vermindert vaart en ja hoor: Rotterdam. Ik ben er weer, op naar Laan op Zuid. De pensionado's blijven zitten. Nog nét voor ik de trein verlaat hoor ik eentje zeggen: ‘Hoe laat begint het?’ Dan realiseer ik mij, het is de trein naar Den Haag en Scheveningen, ze zijn op weg naar de musical Sisteract, in zonnebril met korte broek, zo gaat dat: gezellig!

 

 

 

© 2014 Marc van der Hijden

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

Het lijkt saai wanneer je veel moet reizen en dat is het ook, maar het heeft ook zijn mooie kanten. Observeren en proberen te begrijpen wat je allemaal ziet en meemaakt onderweg. Dat geeft kleur aan deze verplichting.