Verhaal aan de haal - Claar Lenssen

Verhaal aan de haal

 

Eloquentia, wat een prachtig woord! En wat zou ik deze kunst der welsprekendheid graag bezitten. Mijn gedachten helder verwoorden, een boodschap overtuigend uitdragen, of een verhaal met verve vertellen, dat lijkt me echt tof.

 

Ik heb een vriend die dat kan. Johan kan een krom verhaal recht breien, hij kan je door zijn betoog doen twijfelen aan wat je net nog zeker wist, hij kan een situatie schetsen alsof je er zelf bij was en hij krijgt je onder de tafel met zijn humor. Hij kan bij een feestje, op tafel balancerend tussen glazen, flessen en overgebleven hapjes zijn orakels ten beste geven, of een nieuwjaarsspeach laten klinken als een klok en onmiddellijk erna in de armen van Bachus in slaap vallen.

 

Verhalen vertellen is een favoriete bezigheid in mijn vriendenkring. Liefst rond een vuurtje op ons favoriete plekje bij de oude schapenstal van Ton in the middle of nowhere. Of in de zomer aan de oever van de Maas, waar we lange tafels maken en met spijs en drank de vriendschap vieren tot de zon ondergaat. De verhalen komen daar vanzelf. Bij het groeien van het aantal lege flessen lijkt de eloquentia toe te nemen, tot een bepaald punt. Vanaf dan is het woord niet meer uit spreken, laat staan uit te dragen. Bij sommige gelegenheden verzinnen we vooraf een raamwerk voor verhalen. Niet gehinderd door enige monarchistische gevoelens, vierden we de kroning van de koning uitbundig. Zo’'n gebeurtenis, die we misschien maar één keer zouden meemaken, bracht inspiratie om elkaar te bevragen naar unieke belevenissen in ons persoonlijke leven. Met de jaarswisseling zoeken we elke keer een andere vorm om terug te blikken op wat ons persoonlijk raakte dat jaar. Het levert ontroerende gesprekken op, maar vooral ook veel lol.

 

Mijn ouders konden smakelijk vertellen over voorouders en dorpsgenoten. In de tijd waarin er geen televisie en vaak ook nog geen radio ter beschikking was, kwamen buurtgenoten bijeen om elkaar met verhalen te vermaken. Zo was er de anekdote over Gus, die als eerste in het dorp een fiets had. Gus kon wel op-, maar niet afstappen. Daarom liep hij op de heenweg kilometers lang naast zijn fiets naar zijn bestemming. De terugtocht legde hij fietsend af. Zijn vrouw Tina zorgde dan ervoor dat de poort naar het erf openstond, zodat hij zich daar, met fiets en al, op een baal stro kon laten vallen.Tot de dag waarop Tina de poort vergat te openen ... Arme Gus fietst nog steeds rond. Het was de tijd waarin bijna iedereen een bijnaam had. Soms kende men de echte naam van iemand niet, zelfs wanneer men erbij in de straat woonde. Ik smulde van de kleurrijke bijnamen van de unieke figuren bij ons in het dorp en van de capriolen die ze uithaalden. Helaas zijn er niet zoveel paradijsvogels meer om ons heen. De eenheidsworst viert hoogtij. Maar af en toe zie je er met een beetje geluk nog een paar. In mijn woonplaats ken ik er één, die alles van iedereen weet. Zef heeft de gave om tegelijkertijd op meerdere plekken aanwezig te zijn. Heb je hem, op je tocht naar de supermarkt,toch echt net zien zitten bij de appelboer waar je langs fietste, zit-ie in de supermarkt al aan de koffie! Dat jij daar ook bent, is voor hem geen verrassing, want hij heeft al lang jouw fiets herkend. Zef bezit nog een tweede gave:hij onthoudt alles. Zo kan hij je precies vertellen in welk jaar jij de verjaardag van die ene vriendin niet bezocht hebt. Of hoe lang je je huidige auto bezit. Hoef je dat allemaal niet zelf te onthouden...

 

Mijn familie telt ook wonderlijke verhalen. Zo was er mijn overgrootmoeder “Amma”, die met de burgemeester van Thorn trouwde en er in een prachtig pand kwam te wonen: “huize De Kraek”. Wat maar goed was ook, want in haar eerdere domicile , een kasteeltje in Grathem, spookte het. Zij mende zelf een tweespan paarden, waarmee ze pacht ophaalde en broden bracht naar arbeiders. Elke avond dronk ze een glas rode wijn en at daarbij twee gekookte eieren. Dat was voor haar gezondheid. Amma is dan ook heel oud geworden. Er was ook oudoom Leo, die vanuit Amsterdam op familiebezoek in Thorn kwam en daar plots kwam te overlijden, aan tafel in een plaatselijk hotel. Leo werd door de familie dood in een auto gezet, terug naar Amsterdam, om bureaucratisch gedoe te vermijden. Ik herinner me Theo, de neef van mijn vader, die stad en land afreisde om de familiestamboom uit te pluizen. Theo kwam geregeld vanuit Amsterdam naar Zuid-Limburg om ons te vertellen dat de vrijers van mijn zussen geen geschikte huwelijkskandidaten voor hun waren, omdat ze drie eeuwen geleden bloedverwanten waren.

 

Door mijn werk kom ik vaak bij ouderen thuis. Daar hoor ik veel levensverhalen. Over armoede, oorlog, overstroming, grote gezinnen, ziektes, kindersterfte, hard werken, maar ook over saamhorigheid, solidariteit, rust, ruimte, tevredenheid met wat je hebt en veel plezier. Als je je erin verdiept, is elke historie indrukwekkend! Ik voel me bevoorrecht om deze verhalen te horen en leer elke dag van de vaak milde, ervaren blik van de ouderen. Eloquentia is daarbij overbodig. De inhoud van ieders unieke verhaal is imposant genoeg.

 

Verhalen kun je vertellen, verhalen kun je opschrijven, maar verhalen kun je niet beteugelen. Verhalen gaan een eigen leven leiden. Er lijkt daarbij een evenredig verband tussen eloquentia en de reikwijdte van de verhaallijn. Hoe beter de verteller, des te sappiger het verhaal. Maar pas op: voordat je het weet word je door je eigen verhaal ingehaald en raak je de regie kwijt! En waar dat dan toe leidt...?

 

 

 

© 7 november 2014 Claar Lenssen