Nooit meer schrijven - Marc van der Hijden

Nooit meer schrijven!

De opkomst van de digitale media is niet meer te stuiten. Toen de eerste collega op het werk verscheen met een smartphone keek iedereen verbaasd. ‘Hè, staat die nu te telefoneren met zijn rekenmachientje?’

 

De elektronische rekenmachine in zakformaat, de calculator, ook wel de zakjapanner genoemd, naar het land van herkomst, had reeds geruime tijd daarvoor zijn intrede gedaan. Super handig was dat: je hoefde voortaan niet meer van die ingewikkelde dingen te onthouden. De moeilijkste berekeningen lagen binnen handbereik: met een druk op de knop toverde het apparaatje de uitkomsten op het ingebouwde beeldscherm. Tjee, had ik dat in mijn schooltijd gehad, dan had ik niet zo hoeven worstelen met al die formules in de economielessen. Gewoon tik, tik, tik, en hup, daar is de uitkomst.

 

De mobiele telefonie heeft in het laatste decennium van de vorige eeuw een hoge vlucht genomen. Begin van de jaren negentig dachten we nog daar niet aan mee te doen. Altijd bereikbaar zijn, waarom? Gaan ze je overal vinden zeg, nee dat is niets voor mij: ik niet. Maar een paar jaar later dacht mijn werkgever daar anders over: ‘Je moet bereikbaar zijn voor de zaak’. Ik vroeg mij oprecht af wat er zó belangrijk kon zijn, dat het niet even kon wachten tot ik weer ergens was waar een telefoontoestel beschikbaar stond. In die tijd verliep het telefoonverkeer nog via draadjes. Een heel netwerk van miljoenen kilometers gekleurde draadjes lag er door het land. Thuis in de meterkast kwam een palet van die draadjes uit de grond je woning binnen. Raadselachtig hoe een monteur daar nog wijs uit kon komen. Het had iets mystieks.

 

Toch vond ik het ook wel interessant om met zo’n mobiele telefoon rond te lopen door het centrum van de stad. Je zag de mensen kijken en denken: ‘O, die is belangrijk’. Of dachten ze misschien: ‘Kijk, die stakker kan het werk niet loslaten’? Daar ben ik later pas over gaan nadenken. Ze waren zwaar die eerste mobieltjes, dat kwam vooral door de batterijen. Je moest er immers een hele werkdag mee doorkomen. Er waren hoesjes bij waar je die telefoon in kon stoppen. Daar zat een klem aan waarmee je dat ding aan je broekriem kon hangen. Hoe stoer was dat zeg?! Niemand hoefde meer te denken dat je er niet bij hoorde: je wás iemand want je droeg een telefoon! Menigeen heeft het meegemaakt: wanneer je het toilet bezocht met zo’n ding aan je broekriem hoorde je ineens ‘plons’ en daar lag je hele bereikbaarheid tussen de eigen uitwerpselen.

 

Gelukkig werden die apparaatjes steeds kleiner en de batterijen beter. Hij paste wat makkelijker in je broekzak en dat gaf minder risico. Bovendien begon je te beseffen dat niet iedereen hoefde te zien dat je zo’n ding bij je droeg. Het was namelijk ook een uiting van luxe en er lopen altijd weer van die types rond die je dat niet gunnen. Menig telefoontje verdween daardoor naar de onderwereld. Maar het ging wel vreselijk snel, de ontwikkeling van die dingen. Had je er net een aangeschaft en liet je hem met gepaste trots aan iemand zien, dan vroeg die heel subtiel: ‘is dat de nieuwste?’ Tja, en dan moest je eigenlijk bekennen dat je dat niet zeker wist. Voor je de winkel uitgelopen was, had de fabrikant alweer iets nieuws bedacht waardoor die van jou alweer als ‘ouderwets’ bestempeld werd. ‘Loop jij nog met zo’n ding?’ Tot op de dag van vandaag gaat dat zo en het zal niet meer anders worden: we leven in een snelle wereld.

 

Nu kun je vrijwel alles met je mobieltje: internetten, e-mailen, foto’s maken, ‘what’s appen’, sms berichtjes sturen (waarvan ik hoor dat het alweer ouderwets is om dat te doen, gevolg: mensen lezen het niet meer). Daarom noemen ze het een smartphone: een slimme telefoon dus. Zou die slimmer zijn dan de gebruiker...? O ja, en je kunt er zelfs ook nog mee telefoneren, al is dat in je abonnement zo ongeveer de duurste optie van het apparaat geworden. Werkelijk iedereen loopt vanaf de basisschoolleeftijd met zo’n ding. We communiceren ons te barsten. Even niet vragen waar het allemaal over gaat. Het heeft ook iets van: ik wil even bij je zijn en daarom maakt ik contact. Hoe treurig is dat? Je ziet echtparen tegenover elkaar zitten in een restaurant beiden druk in de weer met de eigen smartphone. Elkaar aankijken en handjes even liefkozen dat lijkt er niet meer bij, laat staan praten met elkaar…

 

Het komt er aan, let maar op, we gaan op enig moment nooit meer schrijven. De kroontjespen is al lang verdwenen, de vulpen, balpen en het potlood, ze moeten allemaal wijken voor het toetsenbord. Het gaat in een rap tempo: de kleinkinderen van onze kleinkinderen zullen aan hun kleinkinderen moeten uitleggen dat de mensen vroeger met een stokje, dat ze ‘pen’ noemden, lettertjes krasten op papier. ‘Eh.. papier?’ ‘Ja dat spul dat op de WC gebruikt wordt, daar maakten ze vroeger mooie platte velletjes van en daar zetten ze dan lettertjes en plaatjes op. Alle huizen hadden een gat in de voordeur en daar gooide een speciale meneer of mevrouw, die elke dag een keertje langskwam, de papiertjes met het laatste nieuws door naar binnen.’ ‘Dat ging dan zeker erg langzaam?’ ‘Ja, meestal was het oud nieuws.’ ‘En die lettertjes krassen, hoe ging dat dan?’ ‘Een pen was een stokje met gekleurd spul erin, 'inkt' noemden ze dat. Op school leerden de kinderen de lettertjes natekenen met zo’n stokje, dat was heel moeilijk hoor. Iedereen tekende ze nét iets anders, waardoor je die lettertjes nauwelijks nog kon lezen, maar ze wisten niet beter in die tijd.’ ‘Als niemand het kon lezen waarom schreven ze het dan op?’ ‘Nou ja, eh.. daarom kwamen er dus drukkers, mensen die de letters en verhalen met machines en speciale inkt op die papieren velletjes konden plakken. Die kon je wel goed lezen. Dikke stapels papier werden aan de zijkant aan elkaar geplakt en dat noemden ze dan… een boek.’

 

Zo zal het gaan.

 

 

© 2014 Marc van der Hijden

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

Hoe het echt zal gaan in onze toekomst dat weten we natuurlijk niet. Vooralsnog zie ik een aantal ontwikkelingen en het zou zo kunnen zijn dat we later letterlijk nooit meer schrijven.