The Venus fly trap - Josephine van Dijk Bustin

THE VENUS FLY TRAP...

(de natuur is mooi doch wreed)

 

Het groothertogdom Luxemburg ligt slechts op een steenworp afstand van Nederland. Als kind was ik zeer onder de indruk van het mooie Luxemburgse landschap. Eerder dacht ik dat dit kwam omdat ik toen nog niks was gewend qua reizen en vreemde landen. Doch nu ik (vele jaren en vele reizen later en enigszins blasé op reisgebied) over het nodige vergelijkingsmateriaal beschik, kan ik stellen dat het Luxemburgse landschap nog altijd sprookjesachtig mooi is!

 

Bijna elke vierkante meter is voorzien van flora en fauna: prachtige bossen met woeste rotspartijen en klaterende heldere beekjes, het bergachtige landschap doorsneden door een rivier die beurtelings wild en statig voortvloeit. Daarbij om de 5000 meter een kasteel of een burcht. Dit alles vormt een ‘Lord of the rings’ waardig decor.

 

Het is dan ook onbegrijpelijk dat dit land (in tegenstelling tot de periode van de eighties, toen het een gewilde vakantie bestemming was) momenteel niet populair is. Of eigenlijk begrijp ik het wel.

 

Een verhaal over een tripje naar Luxemburg klinkt achteraf bij de koffie automaat minder interessant dan een relaas over een luxe reis naar Dubai, een rondreis over een continent als Afrika of Amerika of een vakantie op party eiland Ibiza. Voor veel zon en een bloeiend uitgaansleven moet je namelijk niet in Luxemburg zijn. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel: doordat er weinig toeristen komen en er ook weinig mensen wonen, doet het land ondanks de prachtige omgeving een beetje desolaat aan. Alhoewel ik zelf enigszins neig naar het type van de solitaire Steppewolf ben ik in Luxemburg (na urenlang door ogenschijnlijk verlaten dorpjes te hebben gereden) blij als wij in steden de kudde in de vorm van medemensen traceren.

 

De plaats en het hotel waar wij tijdens ons laatste bezoek aan Luxemburg bij toeval terecht kwamen bleek echter hot and booming. Een combinatie van luxe, historie, (uiteraard) mooie natuur en the place to be op uitgaansgebied.

 

In de moderne en gezellig drukke bar/lounge worden lekkere cocktails geserveerd en er speelt een live orkest bestaande uit een aantal jonge conservatorium studenten.

Ook het bij het hotel behorende restaurant is gezellig druk bezet met de voor Luxemburg typische vakantiegangers, dat wil zeggen wielrenners, wandelaars en motorrijders die zo weggelopen lijken uit de road movie Wild Hogs. Voorts gepensioneerde echtparen en afgematte jonge stellen met veel kinderen.

Behorende tot de laatste categorie sjokt een zevenkoppig gezinnetje het deftige restaurantje binnen. De vader heeft een roze kangoeroe buidel inclusief baby op zijn buik gedeponeerd en draagt een gigantische luiertas in de linkerhand terwijl hij met zijn rechterhand zijn kroost in de juiste richting manoeuvreert. Zij nemen plaats aan het tafeltje naast ons.

 

Hij heeft een onverwoestbaar positieve uitstraling. Dit in tegenstelling tot zijn echtgenote: zij ziet er afgemat uit en haar blauwe ogen staan dof achter een troebel brilletje. Ondanks haar jonge leeftijd lijkt alles aan haar onderhevig te zijn aan de zwaartekracht. Van haar (hier en daar reeds grijze) vettige, in een treurig staartje gebonden haren tot aan haar mondhoeken. Zij is gekleed in een wijde joggingbroek en een verwassen T-shirt en haar voeten zijn voorzien van afgetrapte Crocs. De nogal provocerende tekst op haar shirt ‘I am sexy and I know it’ wordt dan ook direct teniet gedaan door haar verschijning die lijkt te zeggen: Zo! Ik heb mijn voortplantingsplicht vervuld en mijn bijdrage aan de evolutie geleverd en nu verder geen polonaise meer aan mijn lijf.

 

Terwijl drie van hun kids (type: hedendaagse Hollands welvaren, dat wil zeggen: vrolijk, bijdehand, glanzend blond haar met springerige krullen, blozende wangen en stralend blauwe oogjes) de weg naar de speelhoek feilloos weten te vinden, zit zij nors kijkend en zwijgend naast haar man te eten. Zij kijkt niet op of om naar man of kinderen. Ook niet als één van the kids het volle restaurant binnenstormt en luidkeels verkondigt dat hij moet poepen en zelfs niet als hij na een minuut of 10 wederom binnenrent en schreeuwt: ‘Komt er nou nog iemand mijn kont afvegen, of hoe zit dat?’ Kangaroo man kijkt ons verontschuldigend glimlachend aan en wij lachen bemoedigend terug. Hij pakt de luiertas en begeeft zich naar het toilet. Zij staart apathisch naar haar bord.

 

Wellicht zaten zij nog maar een jaartje of 8 geleden (zij met net zo’n stralende ogen en glanzende haren als haar kinderen nu) misschien wel in dit zelfde restaurant en verzonken zij mooi en verliefd in elkaars ogen, plannend en fantaserend over het prachtige gezinnetje dat ze met z’n tweetjes zouden creëren. Nu lichten de ogen van de man alleen nog maar op als zijn blik op hun nazaten valt.

 

De kringloop der natuur ontvouwt zich voor onze ogen en parallellen met de werking van The Venus fly trap1 alsmede de ware (psychologische) betekenis van het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes dringen zich op.

 

De natuur is mooi, doch soms wreed.

 

 

 

 

© 2014 Josephine van Dijk-Bustin

 

 

 

1 'The Venus fly trap' verwijst naar de verraderlijke bloem die met haar schoonheid insecten aantrekt waarna de val dichtslaat

Auteur

Josephine van Dijk-Bustin (1958)