De kiezelsteen - Sonja Jacobs

Auteur

Sonja Jacobs (1974)

Overpeinzingen op een bankje bij een parkeerplaats en een voortdurende worsteling met je gezondheid.

De kiezelsteen

 

Na een klein, maar heerlijk wandelingetje in het bos, met ons bulletje in mijn dorp, laat ik mij neervallen op een bank bij een picknickplaats, die ook wel gebruikt wordt als parkeergelegenheid. Het is weinig romantisch als je lekker rustig, vooral rustig, van het zonnetje en de natuur wilt genieten en je opeens wordt opgeschrikt door geratel van autobanden op de kiezelsteentjes van de parkeer-en picknickplaats. Verder is de omgeving prachtig! Achter de parkeerplaats lopen Schotse hooglanders vrij in de natuur. Ik trek mij niets aan van de auto's en dwaal af met mijn gedachten: 'Wat zijn het toch imposante dieren. Ik heb wat met die beesten. Ook met gewone koeien en stieren overigens. Misschien komt het door mijn Westerse horoscoop?

 

Plaatselijk hebben ze nu hekwerken neergezet zodat de hooglanders niet meer helemaal vrij zijn om te komen waar de auto’s rijden, wat ik persoonlijk wel weer jammer vind. Voorheen voelde ik mij een beetje een cowgirl per auto als ik midden door een kudde reed. Maar gezien het feit ik geen auto meer rij, vind ik het enigszins acceptabel. Wel kun je verder door het bos, naast of door een kudde heen wandelen en fietsen, dus cowgirl gevoel zonder paard is nog niet helemaal verdwenen, gelukkig. Hèhè, alweer geratel achter mij. Deze keer een zwarte Volvo die wegrijdt en over de kiezels een beetje slipt bij het optrekken. Ik kijk ernaar en blijf naar sporen op de grond kijken. Er zitten mooie kiezels bij. Opeens voel ik mij niet lekker worden. Ik adem diep in uit en weer in en uit. Ik word een beetje draaierig. Zou ik iemand moeten bellen? Damn, telefoon vergeten. Ik voel dat de duizeligheid steeds erger wordt. Ik voel lichte paniek, maar blijf rustig en doe mijn ademhalingsoefeningen die ik geleerd heb bij de yoga lessen.. Na een tijdje begint het een beetje weg te trekken, gelukkig, maar mijn hart blijft als een razende te keer gaan. Overslagen, tussen-stoppen en ritmewisselingen van snel naar langzaam. De schrik vliegt mij naar de keel. 'Als mijn ICD (pacemaker met defibrillator) maar niet aanspringt. Op een onterechte schok zit ik niet te wachten. Maar stel, het wordt een terechte schok en ik krijg hier een blackout, of nóg erger, weer een kleine hartinfarct, een herseninfarct misschien, die ik ook heb doorlopen in januari 2015? Hè, bah! Ik besluit rustig te blíjven. Nu had ik graag dat er een auto aan kwam rijden over de kiezels, maar nu zie ik niemand. Ook géén wandelaar.. Mijn hondje springt naast mij op het bankje. Zo'n dieren hebben een instinkt, dat heb ik al een paar keer gemerkt, maar ik wist niet dat mijn Gizmo dit ook had. Wel zijn ‘zus’, de vriendelijke zwarte labrador (RIP) dat is een paar keer gebleken in het verleden. Van Gizmo (Frans bulletje) kon het ook gewoon toeval zijn omdat de zon inmiddels was gedraaid en net tussen de bomen precies op het bankje scheen en zodat hij daarop sprong om van de warmte te genieten. De rest van de omgeving was bedekt met schaduw en dat was meteen merkbaar. Gelukkig voelde ik me al weer iets beter, maar nog te slecht om op te staan en er zat een behoorlijke brok in mijn keel. 'Niet doen Sonja! Geen zelfmedelijden, haat zelfmedelijden, vooral in ongemakkelijke situaties'. Na mijn herseninfarct reageer ik sowieso heel komisch op emoties. Óf ik laat niets zien op momenten dat anderen verdriet hebben. Óf ik laat mijn tranen zien op momenten dat ik dat helemaal niet wil. Net alsof ik dan geen controle heb over mijn tranen ongeacht bij wie of waar ik ben. Bijna 42 jaar en al heel wat voor mijn kiezen gehad, bijna geen kiezen meer in mijn mond, om er nog maar een klein schepje bovenop te gooien en mij nóg zieliger te voelen, maar gelukkig heb ik dat ook allemaal overwonnen. Nee hè, daar komen ze.... de tranen. Ongegeneerd... Mijn kleine vriend naast me snuffelt aan mijn wang en ik krijg kusjes van hem. Hij wil mij troosten, maar mijn tranen stoppen niet. Ik besluit mezelf afleiding te bezorgen en kijk weer naar de vormen van de kiezels op de grond. Eigenlijk ben ik een kiezel bedenk ik dan. Ik voel me als een kiezelsteen die steeds een échte steen wil worden, maar door alle gebeurtenissen steeds maar weer geen steen wordt, laat staan een steenblok of een rots. Opeens wordt ik opgeschrikt door een stem die ‘hoi’ roept. Het is iemand bij mij uit het dorp die geregeld –en dat is zichtbaar- op de sportschool te vinden is. Spieren zijn mooi voor een man, maar dit is een beetje overdreven. Eigenlijk lijkt hij op een vierkantje, een vierkante blok, een kubus of rots wel te verstaan. Is dat die rots waar ik een paar seconden geleden nog aan dacht, wil ik zo’n blok, zo’n rots worden? Nee, dan maar liever een kiezelsteen. Geen blok gevormd van Sonja. Stel je voor! Één vierkant en daarboven mijn kop. Ik besluit mijn gelijkenis met een kiezelsteentje maar weer te accepteren. Ik moet er zelfs een beetje om lachen en voel mijn hart rustiger worden. Zou hij, die kubus, mijn lachen door mijn tranen heen gezien hebben?

 

Een dag in maart 2016.

 

© Sonja Jacobs