Is de mens een dualistisch wezen? - Han Salden

Is de mens een dualistisch wezen?

De stelling: ‘de mens is een dualistisch wezen’ is in de beschouwing van de mens als entiteit misschien interessant. Maar is deze stelling in de beschouwing van het mens zijn wel relevant? Ik denk dat deze stelling een poging is van de mens, om uiting te geven aan de projectie van een waarneming. Een waarneming gerelateerd aan zijn waarnemingsstructuur.

 

De waarnemende geest is uitgelegd in structuur van tijd en ruimte. We denken steeds in eindigheid. Daarom denken we ook na over oneindigheid. Derhalve maakt oneindigheid deel uit van de mens, maar oneindigheid ligt buiten onze waarnemingsstructuur. We zijn geneigd onderscheid te maken tussen wat we wel of niet kunnen waarnemen. Onze werkelijkheid is een afgeleide van projecties van onze waarnemingstructuur. Andere structuren geven wellicht andere waarnemingen, andere reikwijdtes van waarnemingen en andere begrippen en inzichten. Alles bestaand in het menselijk instituut is gerelateerd aan het mens zijn en begrensd door het niet-mens zijn. Onze projecties geven vorm aan onze omgeving, aan onze waarnemingswereld en deze waarnemingswereld krijgt dus alleen maar betekenis door ons eigen zijn. Als we niet in staat zouden zijn om waar te nemen, welke werkelijkheid zou er dan over blijven? Onze werkelijkheid is als een schijnwerkelijkheid geopenbaard door onze waarneming. Alsof het universum zich bewust wordt in de vorm van de mens. Als een verlichte cel in het universum.

 

Ik denk dat de mens een verschijnvorm is in een groter geheel. Een verandering, een fase in een continue stroming. In dat licht is alles beweging, stroom en verandering. We ervaren de stroom en zijn tevens de stroom zelf. Het is een komen en gaan zonder dat er iets is wat komt en gaat. We ervaren maar zijn tevens de ervaring zelf. Alles hangt samen en is. Er is geen heden zonder verleden. We dragen het verleden in ons mee. Heden en verleden zijn. In een continue opeenvolging van veranderingen is ’nu’ niet uit te drukken in tijd. Ik denk dat tijd een menselijke vertaling is van verandering van vorm. Alles is er al en alles zal er altijd zijn. Waarneembaar en niet-waarneembaar. En de mens is daar onderdeel van. Zonder werkelijke grenzen. Dus ook alles wat buiten ons waarnemingbereik ligt, maakt deel uit van het mens zijn. Zo stel ik me voor dat gedachten, ontstaan in het niet-waarneembare, door de mens vertaald worden tot een waarneembare vorm.

 

Een en ander leidt er dus toe dat ik van mening ben dat het niet relevant is de mens als een dualistisch wezen te beschouwen. Door de uitgelegde waarnemingsstructuur van de mens maken we onderscheid tussen lichaam en geest, het stoffelijke en niet-stoffelijke, tussen het empirische en het transcendente. Daarom is onze belevingswereld, ervaringswereld en waarnemingswereld een, als een door onszelf afgebakend gebied. Zouden we beschikken over een ander waarnemingsapparaat, dan zou dat kunnen leiden tot andere inzichten en tot een andere impressie van ons bestaan en dus ook tot een andere voorstelling van alles wat we ons kunnen voorstellen of niet kunnen voorstellen. We zijn steeds één met een groter geheel, maar belichten slechts een stukje ervan.

 

 

© Han Salden, 23 november 2010