Bye! - Marc van der Hijden

Bye!

Vijfentwintig graden moet het worden vandaag, de zon schijnt er behoorlijk op los. De reis van Sittard naar Amsterdam begint op een klapstoeltje van het balkon van de tweede klasse der Nederlandse Spoorwegen. Op zo'n portaalplek lijkt de reis nog nét iets langer. De temperatuur loopt geleidelijk al aardig op. Had ik toch mijn jasje thuis moeten laten? Naast mij staan, in elkaar verstrengeld, twee vouwfietsen van daluur pensionado's die in de banken tegenover mij hebben plaatsgenomen. Ze zijn niet opgevouwen, de fietsen, en nemen de ruimte in van drie van de klapelementen. Niemand die er iets van zegt. Hij een klassiek poloshirt en korte broek, compleet met zonnebril. Zij koos vandaag voor haar matrozenshirt, wit met donkerblauwe horizontale strepen, het moet haar zichtbaar moeite hebben gekost om het vanmorgen aan te trekken. Het slankt niet af. Haar schoenen doen vermoeden dat er vandaag een sportieve prestatie geleverd gaat worden. Ze kwebbelt er behoorlijk op los met de dame die tegenover haar is gaan zitten. Roermond. Naarmate de stations passeren komen er meer vermoeide reizigers bij. Ieder station levert weer nieuwe klanten met rugzakken en met van die handige schouderdraagtassen. Jongeren zijn druk in de weer met hun slimme telefoon. Zij hangen tegen de deuren van de trein of nemen plaats op het trapje dat naar de eerste verdieping van de intercity leidt. Weert. De volumineuze pensionado met matrozenshirt moet een van haar twee zitplaatsen inleveren. Een vlotte jonge meid komt naast haar zitten, met een beetje hulp van de zwaartekracht past dat nét. De kwebbel-partner van zojuist heeft plaatsgemaakt voor een jonge blondine die geen zin heeft in aanspraak en druk in de weer blijft met haar What's app vrienden en vriendinnen. Verdwaasd kijkende oudere heren en dames passeren nu en dan het balkon, op zoek naar een van de schaarse vrije zitplaatsen. Vergeefs, dat blijkt omdat ze even later nog verdwaasder kijkend terug passeren. Ik schrik: wanneer de trein een grove wissel neemt, beginnen de elkaar omhelzende vouwfietsen te rammelen en vertonen de neiging om te vallen. Ik besluit niet in te grijpen, laat maar gebeuren. Wonderlijk maar ze blijven staan. Eindhoven. De vouwfietsen stappen uit met hun begeleiders. Drie extra klapzitplaatsen en twee stoelen komen vrij. Ik neem gauw een van de stoffen stoelen in beslag voor een iets comfortabeler vervolg van de reis. Ga je met de trein let dan op: vrijwel ieder treinstel biedt de keuze uit stof of plastic (skai), vooral in de zomer is stof een aanrader. De stoelen voor en naast mij blijven niet onbezet. Ik concentreer mij op mijn iPad en luister radio een. Tegenover is een dame breed gaan zitten met een ring om elke vinger, dikzilver en opvallend. Haar indigo jurk, model tent, doet mij denken aan de sixties, onze hippe tijd, met een koordje door de zoom. Het horloge is nóg groter dan haar pols. Haar man zit naast haar met een dierbaar touwtje om zijn pols. In de zijvakjes van zijn 'superblue' rugzak op zijn schoot, zit de watervoorraad voor vandaag. Heb je weleens een flesje water gekocht in Amsterdam? Naast mij wordt de denksport bedreven ik lees 'klapperboom' met haar mee. Den Bosch. Een nieuwe vouwfiets, deze wel gevouwen, keurig afgesloten en met jong en slank, de eigenaresse met knotje (leuk dat het nog bestaat). Een buggy schuift naar binnen met een manneke van een jaar of drie. Hij bladert in een boek 'De Gruffalo' met bladzijden van karton, terwijl zijn moeder naast hem gehurkt, tekst en uitleg geeft. Een knuffelpopje en een plastic paardje behoren tot zijn arsenaal. Nu is Bruna aan de beurt, moeder is goed voorbereid: Roodkapje. Het boek valt tussen de spaken van de vouwfiets. Vanachter zijn zitplek tovert het manneke een varken, een koe en een geit tevoorschijn. Hij kent alle geluiden en weet waar de uier zit: ‘Melk.’ zegt hij. In Utrecht is de 25 graden binnen gepasseerd. De denksport is weer vertrokken. De jongedame van de rail-catering verliest haar lading. Haar riempje is losgegaan door het ge-wring in de, inmiddels doorgegroeide, mensenmassa van de trein. De jongeman naast mij schiet haar te hulp. Meer mensen kunnen er echt niet bij, zo lijkt het. De moeder blijkt onvermoeibaar en blijft contact houden met haar manneke. Utrecht. Ze stapt uit, een vriendelijke dame helpt haar met de buggy. Ook de vouwfiets is op de plaats van bestemming aangekomen. Tegenover mij legt haar beringde hand, als blijk van genegenheid, op zijn superblue rugzak. Er is iets meer lucht binnengekomen, nu de etappe naar Amstel nog. Minder drukte betekent meer conducteur, de plaatsbewijzen worden met zijn tweeën elektronisch gecheckt. Ik vraag mij af waarom ze dat nog ‘plaats’-bewijs noemen. Een derde conducteur komt langs, hij blijkt op zoek naar zijn collega's. Twee vriendelijk ogende meisjes wisselen op de klapstoeltjes de laatste nieuwtjes uit. In Amstel lijkt de toestroom naar de intercity eindelijk getemperd. Nu Centraal nog, daar stapt heel veel uit, ook indigo en rugzak, en een echte fiets stapt in, compleet met tassen, de eigenaresse komt tegenover mij zitten. Laatste stop voor mij in zicht: Sloterdijk. Dat zit er weer bijna op… tot over een paar uurtjes. Haar leren jasje hangt over het stuur. Ze is mooi en houdt van rood, niet alleen haar lippen: een ketting van rode kraaltjes, rode kunststof ring, rode schoentjes, een kleine linnen rugzak, rood, en door het stof van haar witte T-shirt schijnt, jawel, een knalrode bh. Ik stap uit en zeg: 'Dag.' en zij zegt: 'Bye!'.

 

 

 

© 2017 Marc van der Hijden

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

 

Veel treinreizen is vermoeiend maar het observeren van wat er allemaal passeert kan je reis verkorten.