De race - Marlisle Joubert

DE RACE

Ik gaf vader zijn helm. Voor hij die opzette boog hij z'n hoofd en zei zoals altijd een gebed: "Omgord mij met Uwe kracht voor de strijd. Laat mijn tegenstanders voor mij buigen. Amen." Daarna gaf ik hem de handschoenen aan. Dat was ons gewone ritueel. Igor stond naast mij. De rest van de pit-crew was nog bezig met de versnellingsbak. "Maak je maar niet druk Dan," zei Igor, "De banden zijn harder opgepompt zoals je vroeg". Vandaag wordt je weer de champ! "En hoe is de ophanging afgesteld ?" vroeg vader. "Alles OK," zei Igor glimlachend, "de achter ophanging heb ik zelf verzorgd" Pa is door de open kap ingestapt, heeft z'n handschoenen aangetrokken en de drukkers om zijn polsen vastgemaakt. Hij zet z'n helm op. Zoals gewoonlijk mag hij nog snel een paar on-getimede oefenrondes rijden voordat de race begint. Door het open vizier van de helm zie ik z'n donkere ogen. "Misschien is dit de laatste keer" denk ik, dat doe ik voor elke race. Hij kijkt mij snel nog eens aan en doet dan zijn vizier naar beneden en start vervolgens de motor.

 

Hij deed het goed vandaag. Door de resultaten in de oefenrondes mag hij van ‘pole- position’ starten. Maar vandaag was het niet zoals vroeger. Iets was er anders, maar ik had geen idee wat. Misschien kwam het door vaders dreigende woorden van vanochtend:" Maak het in Godsnaam uit met die George. "Die man is gek!"

 

Ik ben niet bij de chicane achter het muurtje gaan staan wachten. Meestal sta ik daar, maar dat was voordat ik EHBO'er ben geworden. Het was opwindend om voorover te leunen en te zien hoe de auto’s aan komen rijden en dan weloverwogen zo dicht mogelijk langs het muurtje te rijden zodat de luchtverplaatsing hen extra vooruit duwt. Ik heb George ontmoet. De bestuurder van de ambulance. Het afgelopen jaar sta ik dus niet meer achter het muurtje.

 

Ik loop weg uit de pits. Zwaai naar vader. Hij zwaait niet terug; waarom niet ? Ik loop langs de kiezelbakken naar de kliniek. George zit al achter het stuur van de ambulance. Ik til m'n tas op en stap in. Dokter Brown is bezig met alles na te kijken. De EHBO-tas met medicijnen, de tracheotube, de laryngoscoop en de spuiten. De rest van ons medisch team stapt ook in en we rijden naar de eerste bocht. Ik was achttien en verliefd op George. Hij wist het ook.

 

Het was een mooie dag voor de kampioenschappen. Het waaide zachtjes uit het Oosten, bijna geen bewolking en de zon was al warm. De lente begon en om de baan bloeiden witte bloemetjes, het leek wel een zee met golfkoppen. Zeepaardjes noemde ik ze toen ik nog jonger was.

 

We zijn met de splinternieuwe ambulance uitgereden naar de Continental bocht. Zoals gewoonlijk parkeerde George langs een hoge muur met de voorkant in de richting van de eerste bocht. De blus auto stond er al, klaar voor het geval. We zijn allemaal uitgestapt, en op de stapel banden gaan zitten.

 

In de verte drijft de Tafelberg als een schip achter de helderrode Continental vlaggen die netjes op een rij langs de binnenkant van het circuit zachtjes wapperen in de wind. Op het muurtje bij de vlaggen staat zoals altijd: Tabelview Tyres. Op de grote boogbrug bij de chicane staat Goodyear geschreven in een boog van groteske witte letters. Achter de omheining rondom het circuit verzamelen zich mensen. Sommige mannen met ontbloot bovenlijf en een blikje bier in de hand. Ik kijk naar de bebaarde Hells Angels een daarvan heeft een wit petje op, een peentjesrode baard, lange haren en een bierpens. De Hells Angels zijn luidruchtig, er wordt nu al veel gezopen. "Tegen de middag zijn ze gaar," zeg ik tegen dokter Brown die naast mij zit en doel op dat stel Vikings. Hij lacht : "en dan gaat het testosteron weer vloeien" Ik begrijp niet wat hij bedoelt en ik vraag voorzichtig:" Hoezo testosteron ?" "Hoog octanige brandstof" grijnst hij. "Sommige auto's, zoals die opgevoerde v8 van jouw vader, rijden daarop. Aardige auto's en ze maken een hoop herrie!"

 

Ik denk weer aan vaders bolide, een gestroomlijnd ijzeren paard dat van achteren vuurspuwt. Het bekrachtigde stuur, de kolossale remmen van koolstofvezel. Bij de bochten kun je het rubber ruiken en zien hoe er stukjes uit de slicks schieten. Soms laat de bumper los maar vader reed als een gek door met het stuk ijzer achter zich aan. Ik herinner me hoe ik graspollen, steentjes en stukjes teer uit het gladde loopvlak van de banden groef.

 

George is uit de ambulance gestapt en komt bij ons staan. We kijken allemaal vooruit naar de Goodyear-brug in de verte. Ik voel hoe George met z'n hand over mijn rug streelt en de holte van mijn nek zachtjes masseert. Mijn gezicht gloeit, terwijl ik luister naar de gesprekken als wij wachten op het starten van de eerste race van de Stannic. Vader zit in de vierde rit. George laat zijn hand onder mijn blouse gaan, de aanraking van zijn vingertoppen op mijn blote rug bezorgt mij een rilling van genot. Ik druk mijn heup stevig tegen hem aan. Zijn hand glijd om mijn lijf tot bij mijn navel. Snel en ongemerkt raakt hij mijn tepels aan, ik stoot onwillekeurig mijn heupen naar voren. Hij haalt snel zijn hand onder mijn blouse vandaan en gaat een stapje van mij af staan. Ik kijk hem aan en glimlach. De wind strijkt door zijn haren die opwaaien in de wind zoals de oranje vlag.

 

De bolides rijden voorbij terwijl ze met een opwarmronde bezig zijn. George wendt zich tot dokter Reitz. En vraagt: "Wat is volgens jou een goed race-jaar ?" "Man, d'r zijn drie dingen die je nodig hebt voor een goed race-jaar" zegt dokter Reitz," allereerst een goede motor, dan niet-geprofileerde banden en tot slot een stel forse kloten!".

 

We wachten. Gespannen. George zit startklaar achter het stuur van de ambulance. Dan hoor ik de bolides accelereren, de lucht wordt gevuld met spanning. Onder de Goodyear brug zie ik ze aankomen, als een school blinkende sardientjes richten ze zich op de Continental bocht. Mijn hart klopt in mijn keel. De snelheid is altijd ijzingwekkend, ik kan er maar niet aan wennen. Het dreunt in mijn oren. Het licht versplintert. De wagens glijden om de bocht en een prisma van kleuren schiet aan ons voorbij. Ik ga op mijn buik in het gras liggen om te zien hoe het linker achterwiel zich oplicht bij de bocht. "Bij de vierde race kom je naar mij toe," zei George. Vandaag voor de eerste keer zal ik niet bij vader toekijken. Niet langs de baan staan en hem aanmoedigingen toeschreeuwen.

 

In de derde heat rijden de Superbikes, die vind ik erg mooi. Ik sta gehypnotiseerd te kijken hoe die ijzeren meeuwen met een sierlijke beweging door de Continental bocht glijden. De coureurs hangen half van de motor, de knie rakelings over het asfalt. Het geluid is vlijmscherp en snijdt door mijn lijf. Mijn hart trilt van opwinding. Ik voel hoe de adrenaline door mijn lijf jaagt en kijk weer naar George in de ambulance. Na de motorfietsen, direct na de motorfietsen zal ik naar hem toegaan.

 

De vierde heat begint. Vader. Eerst die beweeglijke start en ik wacht. Ik wacht liever tot de bolides vol gas langskomen en piepend door de eerste bocht zijn gegaan. Ik zie hoe ze verbeten op elkaars achterkant zitten, ze schieten als een gonzende zwerm bijen voorbij. Er breken stukjes rubber van de brede banden af; mijn ogen zoeken vader en ik zie hem in de tweede positie.

 

Ik moet geen tijd verspillen, ik doe mijn baan-vest uit en zet de pet af en stop die tussen de opgestapelde banden. Ik loop naar de ambulance en klim voor George langs. Zijn hand is direct onder mijn blouse. Hij masseert mijn tepels. Maakt de knoop van mijn spijkerbroek los. Streelt tussen mijn benen. Mijn wangen gloeien. "Jij bent geil!" fluistert hij snel in mijn oor en kijk naar voren. De anderen zien ons niet want ze kijken naar de auto's, ze bewegen zich als marionetten heen en weer, eerst naar de eerste bocht en dan naar de baan, na de banden. "Kom!" zegt George, "gauw ! kruip maar zolang achterin, ik kom ook." Ik stap vlug uit en sluit het portier weer. Even kijken of de anderen me zien, niemand kijkt. Snel klim ik achterin, ik hoor hoe George het portier dichtdoet. Hij stroopt mijn spijkerbroek naar beneden. Dan het slipje. Ik ga op de smalle brancard liggen die aan de ene kant staat. Hij opent mij als een knipmes. Ik hoor hoe de auto's voorbij dreunen, het dak van de ambulance trilt zachtjes. Zijn broek is open en ik pak zijn lul vast. Hij is hard. Zo hard als steen. Mijn duim glijdt over de gladde punt. Mijn hart klopt sneller. Ik voel hem in mijn hand ongeduldig opstoten. "Geil!" roept hij, "je maakt mij bloedgeil!" Ik richt mijn heupen op en hij glijdt in mij. Zijn adem jaagt langs mijn nek, dreunt tegen mijn borst, rukt aan mijn oren. Ik sla mijn benen strak om zijn lijf. George maakt ritmische heupbewegingen, zwaait heen en weer zoals de auto's als ze hun banden opwarmen voor de race. We nemen de bochten niet, de bochten nemen ons en jagen ons voort met een hartstochtelijke snelheid, racen door het rechte stuk. Mijn oren suizen; sneller tegen elkaar, tegen elkaar, mijn adem jaagt. Ik hoor het publiek gillen. Scherp als een mes. En nog eens en nog eens; ik kijk naar het dak van de ambulance en zie brokken blauw en zilver vuurwerk van het dak afspatten. Spiralen van roodgloeiende draad. Verblindend. Dat zie ik nog voordat het lichaam van George als een lappenpop van mij afgegooid wordt, voordat mijn lijf openbarst en het bloed tussen mijn vingers doorstroomt. Ik zie de helse vlammengloed oplaaien in een prisma van kleurtongen, dat zie ik voordat mijn hoofd achterover tussen het staal knakt. Dat zie ik allemaal voordat ik de klap hoor, voordat het gezicht van mijn vader recht tegenover mij neerkomt, de helm tegen zijn schouder gedrukt, het ene oog wijd opengesperd, open voor de kracht, de kracht van Boven, op de wang en toen, toen is de donkere nacht ingevallen en werd het geraas in mijn borst steeds stiller.

 

 

 

© 2011 Marlise Joubert

 

Auteur

Marlise Joubert

Oorspronkelijke titel:

'Die 4e wedren'

Vertaling: Jan Schrik