Twiet! - Marc van der Hijden

Twiet!

Heb je ze ook gehoord? Het is nog februari en toch zijn de gevederde vriendjes in de tuin als bij toverslag wakker geworden. Vrolijk fluiten ze het begin van de dag de lucht in. Ik word in mijn slapeloze ochtenduren aangenaam verrast door dit getwiet. Het geeft een opgeruimd gevoel, dat wel, de aankondiging van de lente. Zouden we dan beter weer krijgen vandaag? Waarom fluiten die dingen anders? Dat betekent toch iets? De tijd van het vrolijke voortplanten is begonnen! In de winter hoor je ze niet. Logisch dat ze bij die kou nooit aan seks denken, toch? Nee, dan melden ze zich enkel bij ons vogelhuisje voor gratis voer. Ze moeten op zoek naar eetbare zaken om te overleven. Er woont een gitzwarte merel in onze tuin die steevast probeert de vetbollen, die daar hangen voor de koolmeesjes, te bereiken. Hij weet – of zou moeten weten- dat een merel daar niet voor gemaakt is: opvliegen en met zijn pootjes aan zo’n wiebelend bolleke gaan hangen. Toch blíjft hij het proberen. Steeds hetzelfde ritueel: eerst landt hij op zijn vaste plek naast de waterbak en bekijkt hij het bolletje uitgebreid vanaf de grond. Hij neemt een slokje water en kijkt met zijn zwarte kraaloogjes omhoog naar de lekkernij. Hij ziet de koolmeesjes zich tegoed doen. ‘Hm..’ hij moet even slikken, zijn kopje met opvallend oranje snavel draait linksom en dan weer rechtsom. Je ziet het aan zijn ogen: hij maakt een aanvalsplan. Dan ineens besluit hij het erop te wagen. Met een paar ferme vleugelslagen stijgt hij op van de grond. Ai, hij is er bíjna bij, hij maakt met zijn snavel een pikkende beweging in de goede richting, maar als de vetbol door het aanstormend merelgeweld begint te wiebelen schrikt hij en maakt onze merel dat hij wegkomt. Weg, een ander plekje opzoeken: wéér niet gelukt! Dat gaat dan zo de hele dag – de hele winter- door, weer of geen weer. Mijn conclusie: na het eten, vliegen en voortplanten, leert een merel niets meer bij, ook niet door ervaring. Dat kan ook niet, realiseer ik mij. Áls er al hersens in dat kopje zouden zitten, hoe kléin zijn die dan? Maar fluiten in de koude periode, ho maar, doen ze niet. Tóch snappen ze dus iets van de seizoenen, zonder dat ze een kalender hebben. Ik heb tenminste nog nooit een vogelnestje met een kalendertje gevonden, met een cirkel om de dag dat het grote fluiten moet beginnen.

Wel erg vroeg vandaag: twiet!

 

 

 

 

© 2015 Marc van der Hijden

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Column verschenen op

28 februari 2015