Pruimendrupke - Marc van der Hijden

Pruimendrupke

In onze Franse tuin stond een uit de hand gelopen, tien meter hoge pruimenboom, die ondanks het gebrek aan onderhoud en schimmelgroei op de stam, vele vruchten afwierp. De bodem rond de boom lag ieder jaar bezaaid met duizenden gele pruimen: mirabellen. Het was een heel karwei om al die pruimen te verzamelen en op te ruimen, want anders reed je er met de grasmaaier overheen en werd het één kleverige janboel waar de wespen zich tegoed aan deden. Opeten, daar was geen beginnen aan, bovendien waren de pruimen niet van denderende kwaliteit ze smaakten melig en niet lekker zoet. Totdat onze dorpsgenoot Pierre er lucht van kreeg dat wij met een pruimenoverschot te kampen hadden. Hij wist er wel raad mee: hij zou er drank van maken. Pierre en zijn vrouw Josette waren de huurders van een grote boerderij, het grootste huis van ons gehucht. Hij was gepensioneerd en oud bokskampioen en liet dat graag zien door zijn fiere houding: rechtop, korte broek, t-shirt, borst vooruit en schouders naar achteren (maar wel met een ouderdomsbuikje). Hij hield van big band jazzmuziek en wanneer hij zijn grammofoon uithaalde dan tetterde de muziek bij hen over de binnenplaats en stond Pierre erbij te swingen. Josette was echt een moedertypetje, die niets liever deed dat lekkere maaltijden bereiden. Ik zie haar nog voor me, met een grote pollepel stond ze te roeren in oversized soepketels. Niet verwonderlijk dat ik voor haar vanuit Nederland zachte boterbroodjes mee moest nemen, daar was ze dol op. Regelmatig werden we uitgenodigd voor een aperitief, en dat bleef dan meestal niet bij een... Pierre de bokser bleek dol op zelfgestookte alcoholische dranken en werd een vaste bezoeker van onze tuin om de overtollige pruimen te rapen, hele emmers vol. Dat deed hij samen met een dorpsgenoot en drinkebroeder Jean-Pierre, die ik nog nooit had zien werken, maar bij het pruimen rapen was hij van de partij en op zijn knieën graaide gretig alle pruimen bij elkaar met slechts één doel: zijn aandeel in de opbrengst veilig stellen. Ze maakten er 'goutte' van een pruimenborrel die bol stond van de alcohol. Pierre de bokser legde het uit: 'na het destilleren bestaat de drank voor 90% uit alcohol, dat brengen we dan met water terug naar 50, waarna het gedronken kan worden'. Als eigenaar van de pruimenboom heb ik ooit een literfles van 'la goutte' mogen ontvangen. Ik heb één slokje geprobeerd wat mij direct op de luchtwegen sloeg en geen enkele associatie opleverde met enige pruimensmaak. Het bleek prima spul om onkruid mee te verdelgen, maar drinken... dat was aan mij niet besteed. Niet zo verwonderlijk dat, na het samen nuttigen van een hele fles 'goutte', Pierre en Jean-Pierre hooglopende ruzie kregen over de hoeveelheid flessen waar de laatste recht op meende te hebben. Ik geloof niet dat de oud bokser ervoor op de vuist gegaan is, zo agressief was hij niet meer, en wat er allemaal gezegd is weet ik ook niet, maar Pierre had er genoeg van en vertrok stante pede met zijn Josette uit het dorp. Niemand weet waarheen, ik heb hem nooit meer gezien, zelfs niet in de pruimentijd. Ook Jean-Pierre heeft zich teruggetrokken uit de 'pruimen-business-voor-eigen-genoegen', hij had er geen zin in om het allemaal alleen te doen. De wortel van het kwaad, de uit de hand gelopen boom, die hebben we een jaar later opgeruimd en in mootjes gezaagd, de vruchten waren immers toch al niet te pruimen...

 

© Marc van der Hijden

mei 2016

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Column verschenen op

23 mei 2016