Ontbering - Marc van der Hijden

Ontbering

Waarom doen mensen dat, hun luxe woonstee verlaten om vervolgens de zwaar verdiende verlofdagen te slijten in een katoenen huisje? Vrienden nodigden ons uit (of liever: daagden ons uit) om met hen een lang weekendje te slijten op een fraai gelegen camping in Luxemburg. Heeft het iets te maken met het oer-gevoel dat ons mensen bezighoudt, dat we eigenlijk tóch liever dicht bij de natuur zouden willen leven? Ik was nochtans goed voorbereid: nieuwe zaklampjes aangeschaft (dat voorkomt verrassingen), een vel plasticfolie en een rolletje noppenfolie gehaald bij de plaatselijke doe het zelfwinkel, voor onder mijn tentje, een extra slaapzak mee, voor onder het hoeslaken. Het was nog voorjaar en we zouden het met al deze voorbereiding zeker niet koud krijgen. De tent vooraf in de tuin even opgezet om te kijken of ik nog wist hoe het ging, uiteraard moest mijn 'fast-fill electric airpump luchtmatras' mee (ik wilde lekker liggen) en het trouwe dekbed van thuis, compleet met de eigen kussens want ‘dan slaap je gegarandeerd goed’. Dat plastic bleek bij aankomst een goed idee want het gras van ons idyllisch plekje was zeiknat. Als rechtgeaard Hollander zet je het tentje natuurlijk op, zo dicht mogelijk bij de romantische waterkant, zicht op de natuur gegarandeerd. Binnen no time hadden we het tentje klaar staan en volgde de ceremonie van het oppompen van het luchtbed. Vroeger moest je dan tot je een ons woog, op zo'n rubberen bal trappen, waarbij het slangetje regelmatig uit het luchtbed floepte en je zelf op het laatst naar lucht stond te happen, maar die tijden zijn gelukkig voorbij. Even het snoer inpluggen bij de luxe caravan van de vrienden en 'fuuuuut' de ‘electric airpump’ deed zijn werk. Slaapzak plat erop, hoeslakentje erover, dekbed en kussens en.. klaar was ons nestje in de natuur. Die avond na spijs en drank, kwam de eerste desillusie: onze fast-fill electric matras was door de invallende avond-kou ineengekrompen en de elektriciteit moest hem weer overeind helpen. Je zit dan op je knieën in het natte gras om dat allemaal voor elkaar te krijgen. Na veel gedoe kruip je eindelijk je koepeltentje in, waar het nog een hele toer blijkt om je broek uit te krijgen om klaar te zijn voor de nacht. Ons tentje is aan de binnenkant zo'n 1,30 meter hoog en wat ik een beetje onderschat had: onze fast-fill luchtmatras was 50 centimeter dik, ‘senioren hoogte’. Dan de slaapzak en ons dikke dekbed erop, en er bleef in het midden nog ongeveer een halve meter lucht over boven onze hoofden. In het begin kon ik er nog om lachen, maar naarmate de nacht vorderde bekropen mij steeds meer claustrofobische gevoelens. Een lichte paniek maakte zich van mij meester, ik durfde het tentje niet meer dicht te ritsen, bang dat het mijn laatste nacht op aarde zou worden, het was tenslotte Hemelvaartsdag... De nachtelijke voorjaarskou van minus twee graden Celcius, werd nog wat aangewakkerd door de voor ons langs kabbelende rivier en het geluid ervan hielp mee om de blaas te activeren. Dus moest je er een paar keer uit om daarvan af te komen en daarna de toer van het binnenkomen in je tentje weer herhalen. ’s Morgens blijkt je lichaamstemperatuur lager dan dat goed voor je is. We hebben het twee hele nachten volgehouden en zijn daarna weer huiswaarts gekeerd, de vrienden met de luxe caravan ietwat teleurgesteld achterlatend. Voorlopig niet meer kamperen. Het avontuur, want dat was het, deed mij regelmatig terugdenken aan mijn tijd in militaire dienst (lang geleden) waar de maatjes tijdens zware oefeningen, elkaar toeriepen:

'Ontbering moet er zijn!'

 

 

Marc van der Hijden, © mei 2016

 

 

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Column verschenen op

8 mei 2016