O, o, verleden - Marc van der Hijden

O, o, verleden

Heb jij dat ook? Bij een heleboel dagelijkse handelingen denk ik geregeld terug aan mensen die ik gekend heb. Meestal waren die mensen mij zeer dierbaar, of was de handeling waarop de herinnering is gebaseerd onderdeel van iets dierbaars. Gek voorbeeld van dat laatste: koffie. Ik mag graag een heerlijk bakje koffie drinken, voor mij een moment om oprecht te genieten. Nu had ik ooit een werkgever die als mens beschikte over verschrikkelijke eigenschappen. De meest storende daarvan vond ik dat hij bij voorbaat iedereen die op zijn pad kwam wantrouwde, totdat die persoon het tegendeel zou bewijzen. Niet geheel onwillekeurig denk je dan aan het spreekwoord: ‘zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten’ en zo was het ook. Er werd geen afspraak gemaakt, of er werd naderhand op teruggekomen. ‘Ja ik heb dat wel gezegd’ (dat dan wel) ‘maar ik mag mij toch zeker vergissen?’ Bij gelegenheid werd het begrip ‘leugentje om bestwil’ erg ruim uitgelegd. De bestwil verdween dan meestal ergens in zijn achterzak, samen met de rest. Zo iemand bleek toch ergens ook zijn goede kanten te hebben en de, voor mij althans, vaakst opdoemende herinnering, is de manier waarop hij de koffiezetmachine elke dag onder handen nam. ‘Dat beïnvloedt allemaal de smaak van de koffie’ zei hij dan, terwijl hij de laatste restjes koffiedrab zorgvuldig uit het apparaat verwijderde. Het lukt mij nu niet meer om bij het schoonmaken van mijn espressomachine niet even aan deze man te denken. Hij is allang vertrokken. Het schijnt dat er bij zijn afscheid tóch nog wel een paar mensen aanwezig waren. Vreemd hè, herinneringen?

 

Zo blijft voor mij de chocoladetoffee van Côte d‘Or voor eeuwig verbonden met mijn vriend die pas één dag negenendertig was toen hij deze wereld achter zich moest laten. Wat was hij gek op deze lekkernij! Hij was grafisch vormgever van beroep en heeft mij op dat vlak veel dingetjes bijgebracht. Zijn specialiteit was het ontwerpen van invulformulieren en wel zodanig, dat het vrijwel niet verkeerd begrepen kon worden en de gebruiker als vanzelf de juiste gegevens zou invullen. ‘Niet te veel hoofdletters gebruiken, zeker als dat niet nodig is’ zei hij dan ‘dat maakt een tekst onrustig en daardoor moeilijk leesbaar’. Ik denk er nog vaak aan terug. Ooit won hij een landelijke prijs voor ‘het beste, meest makkelijke formulier van Nederland’, nota bene een aanvraagformulier voor een vervroegde pensioenuitkering. Hij lette altijd op de kleine dingen. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld een tikfout op onze toegangspasjes die al járen bij het bedrijf in gebruik waren. We hebben er vreselijk om gelachen. Perfectie was zijn motto en dat was ook zichtbaar in zijn huis: alles klopte tot in de puntjes, tot en met de kraan van het fonteintje op het toilet. Ik heb ooit bij hem mosselen gegeten en daarbij schoof hij de lege schelpen netjes in elkaar, zodat ze niet te veel plek innamen op de tafel. Wie doet zoiets?

Welnu, hij lag op zijn sterfbed en zat volledig in de weerstand, veel te jong en dat besefte hij maar al te goed. Omdat wij wisten van het geheim van de chocoladetoffee (hij was namelijk altijd aan het lijnen) namen een collega en ik een zakje van dat spul mee naar het ziekenhuis. Er zullen best medische redenen zijn geweest waarom hij dat niet mocht hebben, maar ik heb daarna nooit meer iemand zó intens van een snoepje zien genieten. Hij grijnsde van oor tot oor, zijn gezicht begon te glimmen en met grote kaakbewegingen werkte hij de lekkernij naar binnen. Daags daarna hebben we nog slingers aan zijn ziekenhuisbed gehangen en voor hem gezongen ‘Lang zal hij leven’. De volgende ochtend was het voorbij. Ik zie de toffees nog wel liggen in het schap, maar uit piëteit heb ik ze nooit meer aangeraakt, voor mij horen ze bij hem.

 

 

 

Marc van der Hijden

©2016

 

 

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Column verschenen op

13 februari 2016