Jesus, mijn redder - Marc van der Hijden

Jésus, mijn redder!

New York, ‘the big apple’ ik mocht er een paar keer zijn: een gonzende smeltkroes van culturen, ik heb er de meest merkwaardige straatbeelden aan overgehouden. Allerlei nationaliteiten, rangen en standen, flitsen door elkaar en lopen met stevige pas in de richting van hun dagelijkse bezigheden, zonder op of om te kijken wanneer ze met een klein sprongetje over de op het trottoir slapende daklozen heen moeten stappen. Dominant aanwezig in het straatbeeld zijn de ‘yellow cabs’, de taxi’s die voortdurend door de straten heen en weer suizen en bereid zijn om je overal naartoe te brengen. Steek je hand in de lucht en hij stopt voor je. Van binnen zien die taxi’s er allemaal hetzelfde uit: een plakkerige achterbank van zwart skai, waar je dan op plaats mag nemen. Tussen de bestuurder en de passagiers een wandje met een plexiglazen schuifraampje of luikje. Je moet immers je dollars kunnen aanreiken, anders kom je nergens. In het dashboard kastje bewaren ze vrijwel allemaal een handgun, heel gewoon daar, je weet het maar nooit. Op het dashboard prijkt, met pasfoto, de ‘Medallion Driver License’ van de ‘New York City Taxi and Limousine Commission’, dat is verplicht, zodat je weet wie jouw bestuurder is. ‘You name it sir..’ of simpelweg: ‘Where to?’ vraagt de bestuurder terwijl hij even zijn hoofd draait naar de achterbank. De taxichauffeurs zijn net zo divers van afkomst als de hele bevolking van de stad, Indisch, afro Americans, Chinezen, Japanners, Latino’s…. De gezichten variëren van braaf, uitgestreken of vriendelijk, tot ruig en pokdalig. Één keertje maar, ben ik echt geschrokken toen de cab driver zich omdraaide. Hij had een woeste kop met haar dat alle kanten uitsprong en een angstaanjagende blik in zijn ogen. Hij keek mij aan alsof hij van plan was mijn kop van mijn lijf te rukken wanneer ik niet snel zei waar ik naartoe wilde. Maar ook deze man bracht mij braaf naar de plaats van bestemming: no problem. De zitplaats van de driver is zijn privé domein, dat is goed te zien aan allerlei souvenirs en fotootjes die hij daar bewaart. De geliefden, het geboorteland, de geloofsovertuiging, het siert allemaal zijn werkplek achter het stuur. ‘Whe’re you from?’ is een standaard vraag van iedere taxichauffeur, wanneer hij ziet dat je zijn plekje bekijkt. Op een dag stapte ik met een collega in voor een ritje ergens buiten het centrum. Aan de binnenspiegel bungelde een rozenkrans, dat viel meteen op. De chauffeur was duidelijk iemand die, laten we zeggen nogal gelovig was, dus ‘daar kan je wel een ritje mee maken’, zei ik nog tegen mijn collega. Het dashboard en de hemel van zijn werkplek zaten volgeplakt met geeltjes, je weet wel, van die 3M plakkertjes. Het was meteen duidelijk dat hij zijn loze uurtjes vulde met zijn geloof. Hij werd omringd door misschien wel dertig spreuken: Jesus lives! Jesus is everywhere. Jesus is better than hash. Jesus is the answer. Links boven zijn portier hing: One way: Jesus! En jawel hoor, of het zo moest zijn: nét toen we lekker op snelheid waren, midden op de acht-baans-highway gebeurde het: de yellow cab begon te stotteren… even dacht ik dat de chauffeur een vloek liet horen, maar dat zal ik wel verkeerd begrepen hebben. Behendig en luid claxonnerend, stuurde hij de auto naar de vluchtstrook en pfff… daar stonden we dan. De chauffeur riep via zijn radio een collega op om ons op te pikken. Terwijl het verkeer met flinke snelheid langs raasde stonden we op de vluchtstrook te wachten. Ik zag het gezicht van mijn collega steeds bleker worden, hij was niet echt op zijn gemak. De chauffeur ging onder de kap zijn motor bestuderen en ik kon het niet laten, ik zei tegen hem: ‘Where the f*ck is your Jesus when you need him?’ Mijn collega verschoot van wit naar groen.. De chauffeur zag er de humor niet van in en trok woest het rechter voorportier open. Hij begon iets te zoeken in zijn dashboardkastje! In een flits dacht ik: ‘Oei, wat nu?’ Op hetzelfde moment stopte een taxi achter ons en konden we snel instappen. De nieuwe chauffeur lette amper op zijn collega en stoof meteen met ons de highway op. Op het dashboard zag ik zijn driver license met pasfoto, en zijn naam: ‘Jesus Martinez’, mijn redder!

 

 

 

Marc van der Hijden, © maart 2016

 

 

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Column verschenen op

21 maart 2016