Dat vraag ik u af - Marc van der Hijden

'Dat vraag ik u af.'

Met de komst van de digitale media hebben we ineens een instrument in handen gekregen om onze mening breed te ventileren. Wauw, dat hadden we eerder nog niet! Ging je vroeger met je brief of nieuwsbericht naar de krant of de lokale omroep dan werd je geconfronteerd met de arrogantie van de pers: ‘We doen er niks mee.' kreeg je dan te horen. ‘Ja maar, het is toch belangrijk dat mensen dit kunnen lezen, ik heb er veel moeite voor gedaan om dit stukje te schrijven en nu pakken jullie het niet op?’ probeerde je als tegenwerping. Dan komt het antwoord van de pers: ‘Mijnheer wij bepalen hier wat nieuws is (met de nadruk op wij) en niet de kijker of de lezer.’ Zo was het, en zo is het nog een beetje, zeker wat de landelijke nieuwsmedia betreft.

 

Maar nu is er tóch iets veranderd voor de mensen die hun boodschap kwijt willen. De nieuwe media maken het mogelijk dat iedereen zijn mening, zijn verhaal, wereldkundig kan maken zonder dat de pers daarover hoeft te oordelen, gewoon hupsakee, op het internet ermee! Een weblog en andere sociale media zoals Facebook, Instagram en Twitter biedt mensen een podium om hun grieven kwijt te kunnen. In de supermarkt, in het restaurant en zelfs in het verkeer: overal zie je mensen in de weer met hun slimme telefoon: we communiceren ons te barsten. Op zich is dat een mooie reactie op de individualiseringsgolf van een aantal jaren geleden. 'Ieder voor zich en vooral niet te veel delen met anderen' luidde toen het devies. Van binnen kwaad of verdrietig zijn, dat waren vroeger je intieme emoties, daar trad je niet mee naar buiten. ‘Daar moet je niet te veel over praten’ werd ons geleerd ‘dat gaat wel weer over’ ook al was dat maar een halve waarheid. Psychologen hebben ons ingepeperd dat juist het verspreiden, het delen van je gevoel enorm kan helpen bij het verwerken ervan.

Nu zijn we vrolijk digitaal aan het samenleven en delen we elk detail, of elke mening, via het wereldwijde web. Maar hoe sociaal zijn die media eigenlijk? Voortdurend zijn we bezig met elkaar te vertellen wat we doen waar we dat doen en hoe leuk dat allemaal is. Want ‘leuk zijn' willen we toch allemaal? We slaan een beetje door en de vraag is: is dat nog wel authentiek? Ben ik leuk als ik iets leuk vind? Is het gemeend, is het allemaal écht waar wat er passeert in al die berichten? Helaas komen we maar al te vaak bedrogen uit. We zijn voortdurend bezig met het in leven houden van de fantasie van ons bestaan.

 

Gelukkig kunnen mensen nu nog zelf bepalen wie hun ‘vrienden’ zijn en daarmee de berichtgeving van anderen uitsluiten. Je moet er toch niet aan denken dat alle bullshit van de wereld op jouw tijdlijn gaat verschijnen en je dat allemaal moet lezen. Nog los van de persoonlijke aanvallen die je dan kunt verwachten… De dikke adder onder het gras laat zich regelmatig zien: er is geen filter meer, geen remming: mensen gaan een ongenuanceerde mening uiten over politiekmaatschappelijke zaken en nemen daarbij geen blad voor de mond. De grofste woorden vliegen je om de oren wanneer je reacties leest op vluchtelingenproblematiek of diepgewortelde discriminatie in tradities. Dat is toch wat we noemen: asociaal? Is het dan niet: hoe socialer we zijn, hoe asocialer we worden?

 

Dat vraag ik u af.

 

 

 

© 2016 Marc van der Hijden

 

 

Met dank voor de titel aan Wim Sonneveld (1917-1974)

Nederlands cabaretier, zanger acteur.

 

Auteur

Marc van der Hijden (1952)

Column verschenen op

22 augustus 2016